Een verhaal vervult met trots

Vrijdag, de dag van afsluiting. Dit zal onze laatste dag zijn in samenwerking met onze Oegandese collega’s. Tevens is dit het moment om presentaties te geven, wij allemaal. Tot slot is ook het moment gekomen om afscheid te nemen van de mensen waarmee wij ons verbonden hebben deze afgelopen twee weken. Een dag vervuld met traditie, ceremonies, emoties en ervaringen staat op ons te wachten.
Wij zullen deze dag beleven op de plaats waar ons avontuur allemaal begonnen is: the Primairy Teacher College in Lira. Terwijl wij reflecteren op de afgelopen twee weken flitsen al mijn gedane activiteiten mij door het hoofd. Ik heb heel veel gecoacht, maar ook zo nu en dan lesgegeven. Om de activerende werkvormen te introduceren heb ik er regelmatig voor gekozen zelf te gaan lesgeven, zodat de key teachers kunnen zien hoe de uitvoering hiervan in zijn werk gaat. En dan sta je ineens voor zo’n 100 learners, die een heel andere manier van lesgeven gewend zijn. Ik heb het een prachtige ervaringen gevonden. imageDe keuze om docent te worden is geen lichte, daar ben ik mij altijd bewust van geweest. Als leerkracht maak je bewust de beslissing dit vak in te gaan, omdat je geniet van het werken met jonge mensen. Voor mij is mijn grootste drive het willen bieden van een basis voor mijn leerlingen. Ik wil hen iets meegeven voor de rest van hun leven, ik wil hen inspireren. Ik doe mijn uiterste best hen in contact te brengen met hun innerlijke kern en ze te leren hun hart te volgen in het leven. imageHet is onbeschrijfelijk mooi om met deze kern mijn vak uit te oefenen, in een compleet andere situatie. Met alle verschillen duidelijk aanwezig, merk ik namelijk dit deze passie in mij alleen maar versterkt wordt. Als teacher wordt mijn drive nog meer geactiveerd. Als mens heb ik mij laten verrijken door alles wat ik hier heb meegemaakt. Maar ook zeker als onderwijsprofessional ben ik gegroeid.

Nelson, mijn key teacher deze afgelopen week, is ook zo’n gepassioneerde docent. Nadat ik met hem om tafel ben gaan zitten om de activerende werkvormen te bespreken, zag ik een lichtje in zijn ogen fonkelen. Hij stond te popelen om de technieken in de praktijk te brengen. Samen hebben we lesgegeven, gelachen en veel geleerd. Hoeveel we ook deden, hij werd alsmaar gretiger en wilde steed meer kennis opdoen. Net als vorige week kwam Arie woensdag onze school bezoeken. Met de headteacher zijn zij vervolgens de klassen rondgegaan om de betrokkenheid van de leerlingen te meten. Hoewel dit een momentopname is, was het resultaat bijzonder leuk. De betrokkenheid in de klassen P1 t/m P 6 was gering toen deze gemeten werd. Uitzonderingen binnen deze groepen waren P4-P5, waar de twins gymlessen aan het geven waren. Maar de score van P7, de klas waarin Nelson lesgaf, sloeg alles: 95% betrokkenheid. Het gezicht van Nelson sprak boekdelen: alsof de zon door de wolken brak. De man was zo gelukkig en trots met zijn opbengst. Tevens was het erg merkbaar dat de kinderen niet alleen veel meer plezier hadden gehad, maar ook veel meer van de les konden herinneren. Ook mijn borst zwol op van trots, als coach van deze stralende leerkracht. Tijdens de presentaties van Alutkot van vandaag, bracht Nelson deze ervaring naar voren, nog altijd schitterend van plezier.

Na de presentaties over het project is het tijd voor de meer persoonlijke presentaties. Er wordt gezongen, door ons en door de Oegandezen en een ieder die heeft deelgenomen aan het programma krijgt een certificaat uitgereikt. imageNa alle formaliteiten is het dan echt tijd om afscheid te nemen. De laatste momenten tussen de Oegandese en Nederlandse studenten brengen zachte tranen in míjn ooghoeken. Na het ontvangen van hun certificaten vallen ze elkaar in de armen. Een laatste knuffel, voordat ze hoogstwaarschijnlijk voor altijd uit elkaar zullen gaan. Als werelddocent heb ik geen twin aan mijn zijde. Ik voel dan ook minder emoties terwijl ik afscheid neem van mijn key teachers. Als mijn ogen die van Grace tenslotte ontmoeten, krijg ik het wel even moeilijk. In deze afgelopen twee weken is Grace als een oma voor mij geworden. Mijn eigen Afrikaanse oma, die mij bijstaat en vervult met wijsheid. Ik omhels haar teder en laat mijn hand zachtjes in de hare rusten. Daarna ga ik naast haar staan en leg ik mijn hoofd tegen die van haar. Daniëlle doet hetzelfde aan de andere kant. “So this is goodbye”, zegt Grace zachtjes. Dan begint ze zachtjes te zingen. Haar hoge Afrikaanse stem vult de ruimte die wij gedrieën innemen. Terwijl Grace haar afscheidslied zingt voel ik mij stil worden van binnen. Het is alsof de wereld even stilstaat. Emoties reizen van mijn hart naar mijn hoofd en weer terug. Ik sluit de herinnering van deze bijzondere vrouw in mijn hart en zing in gedachten met haar mee. Ik zal haar gaan missen. Ik zal haar echt gaan missen.

Ik besef mij dat de tijd tevens gekomen is voor mij om afscheid te nemen van Oeganda, Afrika. Vanaf het moment dat ik vliegtuig uitstapte en de grond onder mijn voeten voelde, heb ik mij hier op een diepgaande manier thuis gevoeld. Ik merk dan ook dat ik nog niet klaar ben om weer naar huis te gaan. Twee weken is voor de meeste mensen voldoende, mede vanwege de enorme verschillen waaraan men moet wennen. Ik heb het tevens als zwaar, maar ook als ongelofelijk mooi ervaren. In één woord: Verrijkend, met een hoofdletter V. Ik moet toegeven dat ik in het begin aardig sceptisch was m.b.t. het doel de missie. Vanzelfsprekend stond ik er wel achter, anders had ik er niet aan kunnen deelnemen. Maar ik had zo mijn twijfels over de opbrengsten. “Zouden de Oegandezen werkelijk van ons willen leren? Zouden ze het geleerde ook echt in de praktijk brengen? Zou het project wel genoeg opbrengen in zo een korte tijd?” De gestelde twee weken om het programma uit te voeren zijn niet voor niets gekozen. Twee weken is goed haalbaar, vooral in combinatie met de cultuurschok die wij als Nederlanders hier ervaren. Maar vergeet niet dat diezelfde Nederlanders wel kei-, maar dan ook keihard aan het werk zijn die twee weken. Die passie is besmettelijk en dat is duidelijk te merken terwijl wij het project uitvoeren. We inspirerend onze key teachers en twins en leren veel van elkaar. imageHoewel ik eerst sceptisch was, ben ik hier gelukkig op terug gekomen. Ik heb met mijn eigen ogen ervaren wat de opbrengsten zijn van deze missie en ben trots op de resultaten. Het was het waard, een gouden ervaring die ik nooit van mijn leven had willen missen en ontzettend dankbaar voor ben om mee te hebben mogen maken. Ik zal Afrika missen. Tot de tijd dat ik weer terug zal zijn. Want die gaat zeker komen, daar ben ik van overtuigd. En dan… wellicht langer.

17-07-2015, Lira Oeganda

Een geval van innerlijke kracht

Na onze heftige ‘landing’ op het terrein van Alutkot zijn de volgende twee dagen erg heftig voor ons geweest. De angst is hier zo aanwezig en voelbaar, dat velen van ons er regelmatig door geblokkeerd worden. “De kinderen zeggen helemaal niks.” “Ze geven helemaal geen antwoord als je hen iets vraag.” “Ik weet niet zo goed wat ik hier moet doen en voel me niet op mijn plaats.” Deze zinnen werden regelmatig geuit door onze studenten. Door de grote cultuurschok werd het voor ons als Nederlanders een enorme uitdaging om binnen deze situatie te functioneren. Toch, voor de kinderen, voor de key teachers, maar ook zeker voor onszelf konden we de moed niet laten zakken. Ik heb mijn alles gegeven om de studenten te assisteren en een hart onder de riem te steken. Vanwege de omgeving merkte ik wel dat dit veel van mij nam. Maar, straks is daar een aantal weken vrij om bij te komen. Ik ben hier om te werken!
Als ik woensdag op de school aankom wordt de sfeer gelijk verstoord door een afschuwelijk gekrijs op de achtergond van het volkslied dat de leerlingen aan het zingen zijn. Het geluid blijkt afkomstig te zijn van een jongetje van drie, die doof blijkt te zijn. Vanwege zijn doofheid hoort hij niet hoe hard hij schreeuwt en een lijdend gekrijs vult de lucht. Het vormt een schel contrast met de militaire wijze van zingen dat uit de overige kinderkeeltjes voortkomt. Het dove dreumesje strompelt onze kant op. Ik zie een duidelijk zichtbare ontstoken plek op zijn voetje waar vliegen zich aan tegoed doen. Een leerkracht blaft de naam van een leerling en wijst naar het jongetje dat nog steeds oorverdovend loopt te krijsen. De oudere leerling breekt uit de perfect rechte rijen en snelt zich er naartoe. Ze pakt hem op en verdwijnt uit het het zicht. Even later wordt het stil. Omdat dit betreffende kind de dove zoon van een leerkracht is, zal hij getroost worden, niet gestraft. Zo is het dan ook wel weer hier…

Als ik later met Grace in overleg ben over de rekenles die wij samen gaan coteachen, word ik onderbroken door een collega die van slag is. Daniëlle stapt op mij af en vertelt mij dat we met een situatie zitten. Het blijkt dat een van onze studenten tegen de vlakte is gegaan. Terwijl ze uit het raam van haar klaslokaal keek zeg zij hoe een oudere leerling een jongere te lijf ging met een stok. Voordat zij kon ingrijpen was er echter al een andere docent bij betrokken. De aanpak van deze docent betrof een nog ergere afranseling, nu richting beide leerlingen. Terwijl de stok van eigenaar wisselde, besefte de studente wat er nu ging gebeuren. Een paar momenten later is ze flauwgevallen. Zodra we bij elkaar komen voor een crisisgesprek, dient situatie twee zich aan. Studente nr twee is zo aangedaan door het voorval, dat ook zij knapt. Ze ziet het niet meer zitten en trekt zich even terug. Daniëlle kijkt me verslagen aan en ook ik begin het nu moeilijk te krijgen. Ik stel voor allebei een student op ons te nemen en wat damage control te doen. Een uur later staan beide studentes weer voor de klas te zingen en te dansen. Mijn borst ontploft zowat van trots. Voor mensen die zich keihard inzetten om met kinderen te werken zijn dit zeer heftige ervaringen. Toch staan beide studentes te stralen en laten zich niet kennen, hulde! Lof ook voor mijn teamleider, die dit alles in goede banen weet te leiden. Wat een kracht is hier te vinden.

30 minuten later is het tijd voor mijn rekenles aan P6. Terwijl ik de klas in stap beginnen de kinderen met hun gebruikelijke begroetingen. Terwijl ik hen aanhoor voel ik de vermoeidheid in mijn hoofd toeslaan. Ik heb veel energie moeten gebruiken om de schades van vandaag te herstellen. Dat maakt de tank een stuk leger, terwijl ik nu zelf nog presteren moet. Omdat de meeste mensen ernaar uitkijken mij en madam Grace te zien lesgeven, zit de achterste muur van het lokaal vol met collega’s. Ook dat nog… Voordat ik begin vraag ik de leerlingen hun boeken te pakken. imageTerwijl zij dit doen neem ik een momentje om heel bewust terug in mijn kracht te komen. Vervolgens zet ik een intentie neer in dit klaslokaal: ik wil een meester Robin sfeer! imageSamen met Grace (zij is wiskundedocente en zal de instructie doen) leg ik een zachte sfeer neer. Ik vraag vaak of mijn bedoeling begrepen wordt, kom constant op mijn hurken om mijzelf op hun hoogte te brengen en strooi met complimenten en bemoedigingen. Meer en meer zie ik nu stralende koppies om me heen. Grace is al net zo succesvol bezig. Ze neemt de tijd om aan te sluiten bij de voorkennis van de kinderen, i.p.v. door te denderen naar het lesdoel en nodigt hen uit rechtop te staan en hardop te spreken, zodat “jullie broeders en zusters jullie kunnen horen.” Als kleine, bange vogeltjes die voor het eerst naar de rand van het nest kruipen, verlangend naar de vrijheid, openen de kinderen zich meer en meer en maken zich klaar voor hun eerste vlucht. imageAls ik de dual check introduceer, een werkvorm waarbij de leerlingen elkaar afwisselend moeten coachen, valt het stil. Zodra ik de kinderen vertel dat ik hen graag wil horen, omdat ik dan weer dat er overlegd wordt, stijgt het volume hier en daar. Ik stimuleer nogmaals, en nogmaals en langzamerhand krijgen ze de smaak te pakken. De werkvorm wordt vervolgens fantastisch goed uitgevoerd, helemaal voor een eerste keer! Nogmaals voel ik trots door mijn lijf stromen, dit keer gericht op mezelf en Grace. Hoe wij deze klas ingingen en uitkwamen, de wereld van verschil tussen deze momenten, zal ik nooit meer vergeten.

15-07-2015, Lira Oeganda

De geur van angst

Met mijn ogen half dichtgeplakt en de slaap nog duidelijk in mijn hoofd manifesterend trek ik mijn gordijntje open op deze mooie morgen (ja, u leest het goed, de manager heeft een nieuwe gordijn op laten hangen dit weekend). De zon klimt langzaam boven de daken uit. Terwijl ik mijn uiterste best doe mijn ogen te laten functioneren – met andere woorden: waar is mijn bril gebleven? – kijk ik verstrooid mijn raampje uit. De gehele tijd dat ik hier verblijf kijk ik vanuit mijn huisje op een kaal muurtje uit. Achter het muurtje zijn de toppen van een klein aantal maïsplanten zichtbaar. Ik heb goed geslapen en voel me uitgerust. Ik geniet van de rust van het ontwaken op deze manier. Terwijl ik in dit gevoel rondzwem valt mijn oog op de bovenkant van het muurtje. Tussen alle zichtbare toppen zie ik een maïsplant driftig heen en weer bewegen. Het is alsof hij door elkaar wordt gerammeld. Gelijk voel ik de rust in mezelf wegtrekken, om plaats te maken voor een gevoel van realiteitsbesef. Ik weet wat er nu aan de andere kant van het muurtje aan de hand is. Ik zie het iedere morgen, vanuit mijn busje op weg naar de scholen. Honderden kinderen op hun blote voetjes, met takken, stokken en af en toe kleine tasjes op weg naar hun plaats van onderwijs. In hun kleine, zwarte handjes dragen de meeste een stuk van een maïskolf. Terwijl ze doorstappen zijn er restanten van een geel goedje zichtbaar rond hun mond. Kleine hapjes maïs worden naar binnen gewerkt en vormen hun ontbijt. Iedere ochtend opnieuw. Oeganda is een erg vruchtbaar land. Het is hier erg groen en overal groeit er voedsel. Van echte Afrikaanse honger is hier dan ook niet echt sprake. Terwijl ik toekijk hoe de maïsplant langzaam meer en meer wordt mishandeld, sta ik stil bij wat er in mij gebeurt. De plant stopt met schudden en het beeld bevriest voor mijn ogen. De oogst is binnen. Het kind aan de andere kant van de muur kan zijn honger stillen en zijn reis voor vandaag beginnen. Gelukkig maar. Het geheel blijft een bizar fenomeen, maar ik leer hier mijn zegeningen te tellen wanneer en waar ik kan.

Afgelopen maandag ben ik met mijn team gestart op de tweede school. Vergeleken met de eerste school, Agwata, is Alutkot wel even iets anders. De titel ‘plattelandsschool’ dragend, vertoont Alutkot duidelijke tekens van armoede. imageDe school heeft net als alle anderen zeven groepen. Echter hebben ze maar vier lokalen. Drie groepen zijn gedwongen te improviseren en krijgen op de meest creatieve manieren les. P2 en P3 krijgen les onder een rieten afdak, waarbij ze beide op de andere kant gericht zijn. Zo zitten de twee groepen dus met de ruggen naar elkaar toe; aimageltijd een hut delend zonder enig contact. De leerkracht schrijft de lesstof op een schoolbord waarna de kinderen dit geruisloos overschrijven. De hele ochtend lang. Besef u wel dat P2 en P3 ongeveer gelijk staan aan onze groepen 2 en 3… De hele ochtend zitten deze kinderen op grote keien, in stilte werkend aan hun oefeningen. Ik ben erbij gaan zitten om te observeren. Mijn achterwerk begon na twee minuten al te protesten… Constant raak ik vervuld van de gigantische wilskracht die deze kinderen bezitten. Wat een kracht, wat een discipline. Wat een onrechtvaardigheid die deze kinderen moeten dragen en weerstaan. De Afrikaanse oerkracht heeft mij tot diep in mijn ziel geraakt, iedere dag weer sinds ik hier vertoef.

Ook qua gezondheid zien wij hier heel andere dingen dan vorige week. Er lopen verscheidene kinderen rond met doeken rond hun mond geknoopt. Als ik mijn key teacher Nelson vraag wat hier de reden van is, is zijn antwoord luchtig. “These children have malaria.” Huiverend laat ik mij ogen in de zijne verdwalen, geschokt door zijn kalme en nuchtere toon van spreken. Voor zover ik weet is malaria niet besmettelijk. Het schijnt dat de lippen van deze kinderen zo zijn aangetast door de malaria, dat zij deze willen bedekken. Bovendien is contact met zonlicht en vliegen zeer onaangenaam. Voordat het tijd is voor onze tea break zie ik een klein mannetje met zo’n doek eenzaam zitten tegen de muur van een schoollokaal, terwijl de andere kinderen van hun peuze aan het genieten zijn aan het einde van het schoolplein. Zijn rug is gebogen in verdriet, terwijl zijn vingers langzaam hun weg langs een gevonden stukje touw vinden. Ik loop rustig van mijn collega’s weg en neem plaats op de rots naast hem. Zijn ogen vinden de mijne en ik voel het intense verdiet mijn hart binnenstromen. Zijn houding verandert nu er angst zijn systeem binnenkomt. Er gaat zomaar een blank mens, die de meeste kinderen, zo ook hij, nog nooit gezien hebben naast hem zitten. Ik probeer hem met mijn ogen en een kalmte in mijn gezicht te laten weten dat het goed is. Een paar momenten later zie ik zijn houding ontspannen en probeer ik voorzichtig met hem te praten. Hij vertelt mij dat hij erg ziek is geweest, maar zijn treatment heeft gehad. Wel heeft de malaria zijn lippen enorm aangetast en hij wil niet dat de andere kinderen dit zien. Hij heeft het idee dat de anderen hem niet willen aanraken, vandaar zijn keuze om zich af te zonderen. Teder leg ik mijn hand op zijn zwarte handje en ik krijg een met pijn vervulde glimlach terug. “Nog maar even mijn jonge vriend”, zeg ik in het Engels tegen hem. “Het ergste is al achter je. Straks zul je je doek niet meer nodig hebben en weer heerlijk kunnen spelen met je broeders en zusters. Nog even volhouden.” Als we even later aan de thee zitten, zie ik een van onze Nederlandse studenten opstaan en naar een dichbijzijnde mangoboom lopen. Ook hier zit een kind met een doek om zijn mond geknoopt. En ook zij zoekt contact met dit kind om hem te troosten. We doen mooie dingen hier in Afrika, wij Nederlanders.

Hoewel blanken ook hier een enorme uitzondering vormen, werd er minder heftig op ons gereageerd dan vorige week. Wel valt mij op dat mijn hart ijskoud aanvoelt vanaf het moment dat wij het schoolterrein oplopen. Er heerst hier een voelbare dreiging, als een fles waarvan de kruk er ieder moment met een enorme knal uit kan schieten. De kinderen hier zijn bang, erg bang. Er is hen vroeg in hun jonge leventjes getoond dat kinderspel en vrijheid niet bij de bestaande mentaliteit horen. De angst voor fysiek geweld kan ik in ieder paar kinderoogjes lezen en maakt dat mijn blonde haren overeind gaan staan. Als ik even later begin met observeren merk ik duidelijk hoezeer deze angst aanwezig is en al het andere overheerst. De kinderen durven niet antwoord te geven als hen iets gevraagd wordt, ze zijn veel te bang wat er gebeurt als het fout is. Bij Nelson komen ze gelukkig een beetje meer los. Maar ook de manier waarop het antwoord vervolgens gegeven wordt, baart mij enorme zorgen. De kinderen bij Agwata gingen rechtop staan als ze iets zeiden, met een volume waarbij de hele klas het kon volgen. Hier zie ik dat de kinderen ineen krimpen zodra ze staan en hun hoofd wegdraaien van de leerkracht. De confrontatie lijkt hen te groot te zijn. Vanuit mijn eigen kern als mens en leerkracht maak ik contact wat hier gebeurt. Ik merk dat ik moeite moet doen om in het lokaal te blijven en mijn hoofd breek om een manier te vinden hoe ik hiermee moet omgaan. Gelukkig heb ik nog een dag voordat ik begin met lesgeven. Nog even tijd om te wennen…

Terwijl ik even later weer terug loop naar mijn wachtende beker thee, zijn mijn collega’s druk aan het praten. Het onderwerp is het huwelijk, specifiek: de bruidsschat die overhandigd dient te worden als een jongeman een jongedame tot zijn bruid neemt. Grace neemt ijverig het voortouw in het gesprek en vertelt ons vol passie over de Afrikaanse tradities. “Zodra een jongen naar de basisschool gaat, krijgt hij dan de zuster van zijn vader een kip. Deze kip wordt zijn verantwoordelijkheid en hij moet ervoor zorgen dat zij in staat is vele nakomelingen voort te brengen. Wanneer er overvloed is, gaat hij met de extra kippen en eieren naar de markt. Het verdiende geld wordt opgespaard en zodra er voldoende beschikbaar is, wordt hiervan een koe gekocht. Zo zal het aantal dieren zich uitbreiden en heeft de jongen aan het einde van zijn basisschoolperiode een kleine kudde. Wil hij aan het einde van zijn pubertijd trouwen dan dient hij toestemming te vragen aan de vader van de dame van zijn dromen. Die geeft dan aan, afhankelijk van de status van de familie waar hij zijn dochter aan zal afstaan, hoeveel koeienkoppen hij voor zijn dochter wil hebben.” Als beelddenker zie ik een jonge Afrikaan met 15 bungelde koeienkoppen in zijn handen onderhandelden met zijn toekomstige schoonvader. “Just the heads…?”, vraag ik peinzend, nog steeds met het genoemde beeld op mijn netvlies. Grace slaat dubbel van het lachen en zegt proestend: “No Robin, the rest too…” Iedere keer wanneer ik een koe bespeur tijdens het vervolg van de week roep ik enthousiast: “Collect the heads!”, met veel hilariteit als gevolg. Gelukkig is er ook ruimte voor plezier en gelach tijdens onze reis. Ook dat is nodig om ons op de been te houden.

13-07-2015, Lira Oeganda

Het alziende oog van Horus

Zondag, onze eerste, echte vrije dag. Dat betekent in mijn geval uitslapen. Na het vroeg opstaan deze hele week voel ik dat een goede nacht rust mij erg goed zal doen. Toch voel ik me alles behalve vermoeid. Omdat ik zo in verbinding sta met mezelf en mijn omgeving, voel ik de levensenergie door me heen gieren. Het vervult me van top tot teen. Zelfs na de extra vroege safariwekker van gisteren, voel ik me rond 23:00 uur nog klaarwakker en bruisend van activiteit. Toch besluit ik het niet te laat te maken. Ik drapeer de klamboe met uiterste nauwkeurigheid om mijn bed en laat mezelf in de matras zakken. Tot mijn genoegen heb ik tot nu toe nog geen enkele muggenbeet ontdekt. De tweede dag van mijn reis was ik verbaasd te merken dat er de gehele nacht een mug in mijn klamboe had gezeten. Het kleine beestje had of geen trek, of kwam niet door de walm van deet heen, die ik zorgvuldig had aangebracht op mijn huid. Optie drie zou zijn dat dit exemplaar een mannetje was, die steken namelijk niet. Wat het geval ook is geweest, de steek met een muggenbeet als gevolg bleef uit. Gelukkig maar. Ook merk ik nagenoeg niets van de malariapil. Vanaf het moment dat ik vertrokken ben, heb ik enorm last van ontstekingen in mijn neus. Deze worden gedurende de dag zo groot en pijnlijk, dat ik dan niet meer kan ademen door mijn neusgaten. Ik was er in eerste instantie vanuit gegaan dat dit was ontstaan door de airco tijdens onze lange vliegreis. Nu ben ik echter van mening dat het heel goed eens een reactie zou kunnen zijn op de malariapil. Velen van ons krijgen namelijk aften in hun mond als bijwerking. Ik krijg ze dus blijkbaar in mijn neus. Ach, als dat alles is.

Vanaf 8:45 werden wij in de gelegenheid gesteld te ontbijten op deze zondagmorgen. Hoewel ik de wekker op 8:30 had ingesteld, werd ik met zonsopgang wakker. Die tijd is hier het gehele jaar hetzelfde: zo rond 7:00 uur. Omdat Oeganda dichtbij de evenaar ligt, zijn de dagen hier evenlang als de nachten. Rond 7:00 uur gaat de zon op, rond 19:00 uur neemt hij het daglicht weer met zich mee voorbij de horizon. Iedere dag opnieuw in hetzelfde ritme. De meeste Oegandezen die de kans hebben gehad ons mooie kikkerlandje te bezoeken, raken dan ook enthousiast van het feit dat ons land nog van daglicht geniet tijdens de “dark hours”. Om 7:00 uur deze morgen begon onze eigenste ‘hotelhaan’ de dag in te luiden met zijn karakteristieke gekraai. Dit geluid werd vergezeld door het gelach van spelende kinderen, die gisteren zijn aangekomen in het hotel. Wat een heerlijke manier om te ontwaken op deze wijze.

Vandaag stond er maar een ding op de planning: een bezoek aan de kerk. Het gebedshuis bevindt zich nog geen 100 meter van ons hotel. Omdat ik nog druk in de weer ben met het wassen van mijn kleren in een teiltje, mis ik het vertrek van de groep. Geen probleem, er zijn meerdere mensen die hier tegenaan lopen en samen moeten we het ook wel kunnen vinden. Niet veel later hebben we inderdaad de kerk kunnen vinden. Terwijl we naar binnen stappen, wordt het gelijk rumoerig onder de mensen. Hoewel er wel al blanke mensen aanwezig zijn, hadden ze blijkbaar niet gerekend op de komst van nog meer. Hartelijk worden we naar bankjes geleid waar nog plaats is en ik vind een plekje naast een jonge moeder met haar dochter van nog geen jaar oud. Ze heet me glimlachend welkom en ik draai mijn hoofd naar de priester. Even later richt hij zijn aandacht op ons en vraagt of de blanken naar voren willen komen. Onder het geluid van applaus stappen we met zijn allen richting het altaar. Arie, een van onze hoofdbegeleiders, stelt ons voor en benoemt het doel van onze missie hier in Oeganda. Zijn woorden worden ontvangen door een luid applaus en nog luider gejoel. Als wij vervolgens een lied zingen voor onze broeders en zusters barst het helemaal los. Tientallen handen dansen samen in geklap en meerdere vrouwen joelen er doorheen zoals alleen Afrikaanse mensen dat zo goed kunnen. We worden nogmaals welkom geheten en gevraagd om weer plaats te nemen. Terwijl ik weer ga zitten zoekt het kleine ukje naast me gelijk contact met mij, of beter gezegd met mijn huid. Haar oogjes zijn strak op mijn arm gericht en haar handjes grabbelen verwachtingsvol. Ze trekt aan mijn haren en kan haar aandacht er niet vanaf houden. Haar moeder zegt met ontzag in haar stem hoe enorm bijzonder mijn huid is. Ik heb ondertussen erg last van de hitte in het kerkje en het zweet breekt mij overal uit. Ik benoem dan ook dat onze witte huid niet goed tegen de warmte kan. Voor haar was het helemaal niet heet in het kerkje, koel zelfs. Het kindje blijft maar spelen en tenslotte vraagt de jonge moeder mij onverwachts of ik haar wil dragen. Gretig accepteer ik deze uitnodiging en liefdevol neem ik het kindje over en draag haar in mijn armen.

Vanaf een hele jonge leeftijd is het mij al duidelijk dat ik heel graag vader zou willen zijn. Kinderen hebben altijd een bijzondere plaats in mijn hart ingenomen. Het gevoel is zo sterk, dat het bijna moederlijk aanvoelt, in plaats van vaderlijk. Vooral de laatste maanden voel ik dit verlangen heel sterk in mijn bewustwording zijn plekje innemen. Ik probeer dit in balans te brengen met mijn ambities, een proces dat best een uitdaging vormt.

Terwijl het kleine kindje nog altijd met mijn huid bezig is, valt haar oog op mijn ketting. Voor ik ben vertrokken uit Nederland heb ik bewust mijn Egyptische ketting om mijn nek gehangen. Het is een stalen ketting met het oog van de god Horus in het midden, het alziende oog. Ik heb deze ketting bewust gekozen. Eraan gekoppeld zit een intentie om te kijken naar en alles te ervaren wat er in mij gezien wil worden. Terwijl het kleine meisje mijn haren loslaat, reikt haar handje richting mijn ketting. Eenmaal haar doel gevonden, wil ze hem naar haar mond brengen. Vrezend voor haar hygiëne, maakt mijn hand zijn intrede en ik verberg de ketting onder mijn t-shirt. De moeder kijkt mij nu recht aan en zie haar gezicht serieus worden. “I want you to take her and care for her”, fluistert ze me toe. Ik voel mijn ogen groot worden terwijl ik mijn oren niet kan geloven en haar woorden laat binnenkomen. Nog groter is mijn verbazing als ik mij bewust wordt van wat er in mij gebeurt. Hoewel mijn hoofd grote bezwaren begint op te sommen, maakt de reactie vanuit mijn hart dat ik het kind niet meer wil loslaten. Ik kijk in de grote ogen van het meisje en merk dat ik het nog veel moeilijker begin te krijgen. Voordat het te ver gaat besluit ik dat dit de tijd is om te handelen. Ik graaf diep in mijn trucendoos en vind daar tenslotte wat ik nodig heb. Zorgvuldig plak ik mijn gevonden glimlach op mijn gezicht. Ik draag de baby in mijn handen teder weer over aan haar moeder en bedankt haar voor de eer die mij gegeven is door haar te mogen vasthouden. Met ijzersterke wil sluit ik vervolgens een deur in mijn verbinding, zodat ik geen emotionele band meer deel met de vrouw naast me. Dit vooral vanuit zelfbescherming. Ik zie aan haar lichaamstaal dat zij onbewust merkt dat er iets gebeurt. We blijven beleefdheden uitwisselen, maar dieper dan dat gaat het niet meer.

Terwijl ik de kerk uitloop en mijn weg terug maak naar het hotel voel ikEye of Horus nog steeds veel verwarring in mijn gestel. Ik krijg het verlangen het weg te duwen, het niet te willen (of durven) voelen. Een kort moment geef ik eraan toe. Enkele seconden later pluk ik mijn ketting weer uit mijn shirt en hang hem in de zonneschijn die op mijn borst schijnt. Ik heb een intentie uitgezet en ben van plan deze te vervullen. En dat betekent dat alles wat zich aandient er in zijn complete volledigheid mag zijn.

 

12-07-2015, Lira Oeganda

Het avontuur van de Oegandese spray-tan

De volgende blog is een resultaat van een samenspel tussen Paul en mijzelf. Naar aanleiding van onze safaritocht van vandaag, werden wij uitgenodigd door de begeleiding om het verslag van de dag te maken. Tevens vormt dit verslag mijn blog van de dag. U zult merken dat de lading en toon van het verslag verschilt van eerdere passages. Then, let us begin.

The adventure of the Ugandan spray-tan

Als men denkt aan Afrika, dan wordt al gauw gedacht aan een safari. Laat dát nou net voor dit weekend gepland staan. Na een reeks van vroege wekkers van deze week, bereikten onze klokjes een hoogtepunt – of dieptepunt, ligt eraan aan welke kant je staat – van gemiddeld 4:30. Geen probleem zou je zeggen, maar daar dachten onze lichamen wel even anders over. Onze gastheren besloten de avond daarvoor een ‘prachtig’ feest te geven met een talentvolle DJ… Als een peuter die een nieuw knopje heeft ontdekt op zijn muziektrein, bleef hij genieten van hetzelfde geluidsfragment. Over and over and over again… Om een korte impressie te geven: we hoorden een lading Japanse toeristen over het hotelterrein waggelen, de gehele inhoud van oma’s servieskast er doorheen gaan en er is enige munitie afgeschoten. Het sprak voor zich dat wij enkele momenten nadat het feest beëindigd was nog moeite hadden om in een zweterige slaap te kunnen dommelen.

En daar was hij dan alweer. Veel te vroeg natuurlijk, die wekker. Twee busjes voor 26 mensen – yeah… – stonden al klaar voor de ingang van het hotel. Er werd ons verteld dat de reis ongeveer een uur en twintig minuten zou duren. Onze beurse achterwerken beaamden echter dat het meer in de buurt kwam van een totale reistijd van drie uur. Onderweg probeerde een enkeling wakker te blijven. De rest weigerde dit voorbeeld te volgen. Geheel uitgerust, op een enkeling na, werden wij begroet door een familie olijfbavianen. Aan de poort vimagean het safaripark werd ons gemeld dat er geen rekening gehouden was met het feit dat een safaribusje best handig zou zijn als je met 26 mensjes op safari gaat. Gelukkig kunnen de Oegandese mensen geweldig goed, in hun eigen tempo, met problemen omgaan. Dus zo kwam het te gebruiken dat we ‘al’ 45 minuten later in (of op) onze busjes zaten. De twee slimme jongens, die nu voor u tevens aan het typen zijn, besloten al gauw het zeer comfortabele bagagerek op het dak van het busje in te nemen. Zitten zal de komende dagen een enorme uitdaging voor hen zijn – geloof ons maar -, maar het doel heiligt de middelen.

 

Eenmaal van start werden wij al gauw verwelkomd door… een serie flinke kuilen in de grond. Pijnlijk als je bovenop een stalen rek zit met je arse. Lof moet wel geuit worden voor de dames in het busje voor het tijdig waarschuwen van de mankementen in het wegdek. De echte verwelkoming werd vervolgens uitgevoerd door kuddes van: antilopen, gazelles, giraffen, olifanten, wrattenzwijnen, waterbuffels en niet te vergeten: apen! Tot onze grote teleurstelling werden wij helaas staalhard genegeerd door de nijlpaarden, die aan het chillen waren in het water en ons hun dikke kontjes toekeerden in afwijzing. Ondanks deze pijnlijke gewaarwording kunnen we toch met genoegen melden dat het het allemaal waard was. Het park was natuurlijk prachtig. De biodiversiteit was enorm… hoe zeg je dat? Ah! Divers! Het was bijzonder om ons te kunnen onderdompelen in het imagenatuurschoon en de ruimte om ons heen. Vers  groene planten zover het oog kan reiken, waar zo nu en dan de prachtige Afrikaanse fauna tussen verborgen zat. De leeuwen en luipaarden lieten zich op een meesterlijke, camouflerende wijze niet zien vandaag. Maar om het nogmaals te benoemen, het was een prachtige ervaring.

We nemen u graag mee terug naar het dak van het busje, waar we nog steeds zeer ‘comfortabel’ onze intrek hadden genomen. Het was genieten, omdat we vanaf dit punt werkelijk alles konden zien. Met onze blote voetjes in de zonneschijn werden we zelfs nog een beetje bruin, tenminste dat was de bedoeling. Als derde busje in de rij hadden we zo nu en dan een kleine complicatie om mee te dealen. De weg was namelijk gemaakt van een substantie die erg goed was in het opstuiven nadat er doorheen gereden was. Onze blik was dan ook meeimagerdere momenten ‘beslagen’. Hoe harder ons busje reed, des te meer wij werden omhelst door deze vriendelijke lading kleine deeltjes in de lucht. Deze afgelopen week zijn wij meerdere momenten geconfronteerd met het feit dat wij lopende melkflessen, blanken dus. Toen de dag begon waren we nog blank, helemaal. Ook na het middaguur waren we 100% blank, maar de buitenkant was oranje. De stof bleek werkelijk óveral ingekropen te zijn. Hierover zullen we verder niet in details treden, beloofd. Als ware Arabieren keerden wij terug van ons safari avontuur. Moraal van het verhaal: Als je op safari gaat, zorg er dan altijd voor dat je een harem meebrengt om een scala van variaties van kuilen in de weg te kunnen weergeven. Oh, vergeet je stofmasker niet mee te brengen. Maar onthoud vooral van ieder moment te genieten, want het is een onvergetelijke ervaring. Hakuna matata. Dat betekent geen zorgen.

 

11-07-2015, Lira Oeganda

De ochtendceremonie

Het was de afgelopen dag erg merkbaar dat de kinderen al een stuk meer aan ons gewend raken. Ze komen dichterbij, praten tegen ons als wij hen begroeten en lachen soms zelfs al een beetje naar ons. Een grote omslag vindt er plaats als wij de tweede dag erg vroeg op de school arriveren. We komen net iets na half acht aan op het schoolterrein, terwijl de lessen pas om 8:30 beginnen. Terwijl we over het schoolterrein lopen, wachtend en kijkend of we iets kunnen doen, zien we ineens allemaal kinderen vanuit hun lokalen naar buiten komen. Niet lang erna staan er zo’n ‘kleine’ 1000 kinderen in het gras, in negen rijen. De headteacher patrouilleert tussen de rijen door en komt tenslotte aan de voorkant uit. Hij verontschuldigt zich naar ons toe dat hij in de local language zal beginnen te spreken – dat kunnen we Nederlander natuurlijk niet verstaan, maar de kleintjes spreken nog geen Engels – en vraagt een van de studenten om voor ons te vertalen. Ronald stapt naar voren en vertaalt voor mij. De headteacher bedankt de kinderen voor hun komst. Hij heet ons als gasten welkom en vraagt de learners ons met respect te behandelen. Dan stopt hij ineens. Hij draait zich om en spreekt in het Lango tegen Ronald. Verstopt tussen vreemde woorden hoor ik een voor mij heel bekend woord: mijn naam. In Nederland wordt mijn naam – tot mijn grote ergernis, wat ik vaak niet laat merken – bijna altijd verkeerd uitgesproken. Veelal hoor ik Robbin, met een korte klank. Maar hier in Afrika gaat dit wel even anders. imageDe eerste Afrikaan die mijn naam verkeerd uitspreekt moet ik nog tegenkomen. Allemaal beginnen ze met een duidelijk aanwezige R en een mooie, lange oo klank. En nu hoor ik die mooie naam ook uit de mond van de headteacher komen, verborgen in een andere taal. Ronald draait zich naar mij en zegt: “Robin, will you step forward please?” Zonder twijfel stap ik met een grote glimlach naar voren en de headteacher zegt mij dat ik de eer krijg te mogen spreken. Ik realiseer mij dat dit werkelijk een heel grote eer is en mijn hoofd doet zijn uiterste best om te bedenken wat ik moet gaan zeggen. Helaas krijgt hij geen kans, want terwijl ik mijn ogen laat dwalen en in die pure donkeren oogjes tegenover mij staar, besluit ik mijn hart te openen en vanuit daar mijn boodschap naar buiten te brengen. Alsof ik mijn vleugels om al deze wijze kinderen heen wil slaan, zweven mijn handen omhoog. Ik open mijn handen en begin met een uitspraak van dankbaarheid. “My dearest children”, imagehoor ik mezelf zeggen, terwijl er nu een geconcentreerde stilte de lucht vult. Ik dank de kinderen en leerkrachten dat wij hier aanwezig mogen zijn, dat wij ons zo welkom en gelukkig voelen in hun midden. Honderden oogjes met fonkelende lichtjes erin zijn op mij gericht. Ik voel mij verbonden met iedereen die voor mij staat. Ik voel warme stralen van liefde, connectie en een alwetend bewustzijn door mijn hart stromen. Als ik tenslotte afsluit open ik mijn handen opnieuw, haal een keer diep adem en zeg met duidelijke stem: “Apwoyo matek!” Dit had mijn publiek niet verwacht. De blanke spreekt onze taal! Deze twee woorden getuigen van pure dankbaarheid in het Lango. 2000 handjes vormen een luide ovatie en ik merk dat ik omarmd word als een van hen. Dit is de volgende twee dagen duidelijk te zien. Alle kinderen zoeken mijn ogen. Ze lachen naar me, zoeken contact en genieten van de aandacht die ik hen kan geven. Ik op mijn beurt geniet van alle liefde die ik kan verspreiden vanuit mijn nu overlopende hart.

 

Een van onze key teachers is Susan. Susan heeft een klein zoontje van nog geen vier jaar oud. De kinderen van de docenten lopen gewoon rond op het schoolterrein. De meesten zijn nog jong, te jong om zelf al naar school te kunnen gaan (deel te nemen aan de lessen). Sinds wij gearriveerd zijn, zijn al deze jonge kindertjes plotseling spoorloos verdwenen. Ze zijn doodsbenauwd om ook maar een glimp op te vangen van ons ‘witte mensen’. Isaac vormt hier echter een uitzondering op. Het zoontje van Susan is een klein mannetje, met grote ogen, grotere lippen en nog grotere flapoortjes. Zijn uitstraling brengt een combinatie van vertedering en ondeugendheid op mij over. Het is een klein boefje, die niet zo gauw doet wat hem wordt gezegd. Deze eigenschap zorgt er ook voor dat hij zich niet laat beïnvloeden door zijn leeftijdgenootjes. Aarzelend blijft hij, constant binnen de bescherming van zijn moeder, dicht bij ons in de buurt. Susan en ik kunnen erg goed met elkaar overweg en dus besluit zij mij aan haar zoon voor te stellen. Hij durft mij niet aan te raken. Uit de haar vertaling blijkt dat hij denkt en bang is dat mijn witte huid hem zal branden zodra hij mij aanraakt. Ik kom op de grond zitten en doe rustig mijn armen naar voren. Susan praat tegen hem en raakt duidelijk zichtbaar met haar zwarte handen mijn witte aan. Ze stelt hem gerust en zegt dat het veilig is. Het kleine mannetje staart me aan en een ondeugend glimlachje wordt in zijn mondhoeken geboren. Langzaam doet hij een stapje naar voren. Hij legt zijn zwarte handje op mijn hand en begint te lachen. Dan gaat hij spelen met mijn arm. Hij wrijft over mijn huid, krabt er voorzichtig aan en vergelijkt mijn arm met zijn eigen. Himageet leukste vindt hij nog wel al die kleine, witte haartjes die erop groeien. Hij trekt, wrijft en aait er giechelend op los. Ik geniet van iedere seconde. Daarna is het ijs gebroken: Isaac loopt de hele dag naast me. Hij houdt mijn hand vast en kijkt stoer om zich heen naar alle andere kinderen terwijl hij in het Lango loopt te mompelen. Susan vertaalt zijn zinnetjes: “Robin is mijn vriend. Hij ziet er anders uit, maar hij is goed.” Ik loop op wolken gedurende dit hele spektakel. Dit ook vooral omdat hij als jongste kindje op deze manier de hele school laat zien dat wij blanken veilig voor hen zijn. Dat zij ons niet hoeven te vrezen. Bovendien heb ik verder helemaal geen last van mijn kleine, goede vriend. Terwijl ik lesgeef of observeer gaat hij rustig naast me zitten zonder aandacht te vragen. Even later brengt hij mij een flesje water. Deze heeft hij bij de pomp gevuld en dat is voor dit kleintje toch wel even een stukje lopen. Ik straal van dankbaarheid en accepteer zijn lieve cadeau. Als hij even niet oplet verwissel ik het flesje met een nog geseald exemplaar in mijn tas. Terwijl ik de seal verberg draait hij zijn hoofd weer naar mij. Net op tijd om zijn grote vriend een grote slok van zijn gegeven cadeautje te zien nemen. Het mannetje is dolgelukkig met mijn lachende reactie.

 

Na veel coaching, observeringen en evaluatie is het dan eindelijk voor mij ook zover: ik mag gaan lesgeven! Ik stap het klaslokaal van P6 binnen en de hele groep learners staat op. “Welcome to our classroom, P6.” Ik wens hen gimageoedemorgen en de gehele groep wenst mij in koor hetzelfde. Vervolgens vraag ik hen hoe het met ze gaat. “We are fine thank you, sir”, antwoorden ze met uitgestreken gezichten. Ik stop even en maak even oogcontact. Dan ga ik verder. “Are you really fine?”, vraag ik en ik knijp mijn ogen ietwat dicht. Ongemakkelijke lachjes vullen de klas. Deze vraag hadden ze niet verwacht. Dan zeggen ze glimlachend: “Yes sir, we are.” “I’m glad. Please, sit down.” Terwijl ze weer plaatsnemen uiten ze hun laatste standaardregeltje: “We’re sitting down, thank you sir.” Ik vraimageag hun om hun schriften op tafel te leggen. Terwijl zij dit geruisloos doen, schrijf ik het lesdoel op het bord. In Oeganda is één woord goud waard. Dat woord is herhaling. Alles wordt minstens vijf keer herhaald tijdens de les. De leerkracht zegt het meerdere keren achter elkaar, vraagt de klas in zijn geheel om dit een aantal keer te herhalen, waarna dit cirkeltje weer van voor af aan begint. Ik doe het minder vaak, maar houd mij hier wel aan omdat anders het verschil ineens veel te groot zou zijn. Stap voor stap leer ik de kinderen de mindmap methode aan. Ik grijp steeds weer terug en zorg ervoor dat ik het lesdoel minstens acht keer voorbij laat komen. Bij de zesde keer zie ik dat bij de meesten een lichtje begint te branden. De learners genieten zichtbaar van het maken van de mindmap. Terwijl ze genieten, wordt er ook nog flink effectief geleerd, kassa! Meerdere keren nodig ik mijn Oegandese collega uit naar voren te komen om te laten zien wat ik aan het doen ben enimage waarom ik bepaalde keuzes maak. Justine is de tweede key teacher van deze school die aan het programma meedoet en ik ben degene die hem het meest begeleid. Hij is super enthousiast en geeft aan het zelf ook ontzettend graag in de praktijk te willen brengen. Later gaan we verder met de placemat methode. Terwijl deze keer een paar van de twins lesgeven (de Nederlandse en Oegandese student samen) heb ik tijd om Justine extra te coachen. Ook deze keer is hij mateloos enthousiast. De werkvorm biedt ruimte om in een team van ongeveer vier learners alle vier tegelijkertijd aan het werk en dus actief te zijn. Het duurt even om dit de leerlingen duidelijk te maken en ik voel mij meerdere keren geroepen om in te springen om te assisteren in de instructie, maar als ik even later zie dat het werkt bimageegin ik bijna te dansen van geluk. Als mijn dag ten einde is in P6 steekt een learner zijn hand op. Hij staat op en geeft aan dat de klas mij graag wil bedanken. “We wish to thank you with soda”, zegt hij. De hele klas begint te glimlachen en ik vraag me af wat er nu gaat gebeuren. Ook Justine, mijn Oegandese collega heeft een brede lach op zijn gezicht. “Three, two, one”, hoor ik Justine aftellen en de hele klas maakt een klikkend geluid met hun tong alsof er een blikje cola open springt. “Tssssssssssssss”, klinkt het even later en alle kinderen richten hun ‘blikje’ op mij. Ik heb ondertussen begrepen wat ze aan doen zijn en speel alsof ik onder een koude douche kom te staan. Gierend van het lachend en luid klappend zien ze mij vervolgens zwaaiend de klas uitlopen.

 

Om 10:30 is het weer tijd voor de morning break. Wij Nederlanders komen net terug van het veld. We hebben een les PE gegeven: physical education, gymnastiek dus. We hebben ons alles gegeven door te dansen, zingen, spelen en rennen. Het plezier was aan de andere kant van het schoolterrein te horen. Nu komen we terug bij ons vertrouwd geworden plekje onder de drie bomen. Gezien de Afrikaanse zon zijn intrede al gedaan had, omringd door enkel een blauwe lucht baden wij nu in het zweet. Zelfs onze kleren zijn kletsnat. Tijdens deze activiteit ben ik flink wat zout verloren en ik merk dan ook dat er een flauwte zijn weg baant richting mijn hoofd. Vlug neem ik plaats op een stoel in de schaduw van een boom en zoek mijn toevlucht in mijn pakje Tuc koekjes. Ook deze keer zijn er vanzelfsprekend veel kinderen aanwezig. Ze staan net als gisteren dicht om ons heen. Ik kijk niet terug, ik vermijd hun ogen terwijl ik snel een aantal koekjes in mijn mond prop. Mijn lijf is in strijd met een gebrek aan zout, ik heb geen enkele keus wat betreft het wel of niet eten, het moet gewoon. Ik weet dat als ik het niet doe, ik binnen een half uur knock out op de grond zou liggen in deze omstandigheden. Mijn ogen nog altijd afwendend van de kinderblikken kijk ik naar Grace, die naast mij op een stoel zit. Grace is onze PTC teacher (Primairy Teacher College). Als pabodocente gaat zij deze twee weken met onze groep mee om ons programma te observeren en ons hier en daar te ondersteunen. Ik heb haar voor het eerst ontmoet op the PTC, tijdens onze eerste workshop dag. Vanaf het moment dat mijn ogen haar opnamen werd ik geraakt door haar uitstraling van statigheid en wijsheid. De leeftijd van Grace loopt tegen de 60. Een aantal eerste grijze haren vult de rand van haar haren langs haar voorhoofd. Ze draagt de meest prachtige Afrikaanse jurken, heeft steevast een leesbrilletje op het puntje van haar neus staan en beweegt met een zekere vorm van elegantie en galantheid. Ik heb erg veel respect voor haar en dit toon ik dan ook waar ik kan. Terwijl ik oogcontact met haar krijg zie ik wijsheid van achter de glazen van haar leesbrilletje tevoorschijn komen. Ik vertel haar dat ik gisteren erg veel moeite had met eten in het bijzijn van de kinderen. “I just couldn’t”, zeg ik met een flauwe glimlach, die ik op mijn gezicht tover omwille de frons van verdriet die ik voel opkomen te verbergen. Vervolgens zeg ik verslagen dat ik mij aan het aanpassen ben en eraan zal moeten leren wennen. Heel vaak heb ik dit al om me heen gehoord. “Ze zijn eraan gewend” of “Ze weten niet beter”. Uitspraken als deze frustreren mij heel, heel erg. Het doet mij pijn te realiseren dat veel mensen die werkelijk menen. Mensen die niet beseffen dat dit totaal onredelijk en onrealistisch is. Na mijn uitspraak laten Grace en ik onze gedeelde oogverbinding even los. Ze slaat haar ogen neer en ik zie verdriet op haar gezicht verschijnen. Met ogen gevuld met kracht kijkt ze me vervolgens recht aan en zegt: “There are some things in this world you cannot get used to.” Begrijpend en accepterend geef ik haar een subtiel knikje. “The only thing you can do, is learn to deal with them”, antwoord ik haar en nu is het haar beurt om mij een knikje te geven. We delen de volgende momenten in stilte, ons bewust wordend van de uitwisseling tussen ons. Het raakt mij enorm dit te horen van een Oegandese dame. Grace is haar leven geconfronteerd met situaties als deze, zo niet nog intenser. Ze is er niet aan gewend. Zij weet wel beter. Maar ze weet ook dat we het leven soms nu eenmaal moeten nemen zoals het is. And sometimes, when it gets hard the only thing we can do is to deal with it.

10-07-2015, Lira Oeganda

De jongen die van koekjes hield

De tweede dag van lesgeven op Agwata Primairy School zit er alweer op. Moe maar voldaan rijden we nu terug naar ons hotel. Op deze wegen is het een wonder dat ik kan typen vanuit de bus, maar ik kan me niet bedwingen het niet te doen. We worden door elkaar gerammeld en mijn vingers schieten het hele scherm over. Toch lukt het, thank god for autocorrect. Vandaag was het 40 graden in Oeganda. De hele dag gleden er druppels langs mijn slapen naar beneden en ik heb geprobeerd de zon te vermijden wanneer ik kon. Onze donkerhuidse collega’s snappen er niets van. “It is not that hot at all”,  zeggen ze met een sarcastische ondertoon in hun stem en een ongelovige gezichtsuitdrukking. “It is when you have white skin”, antwoord ik met een limlach, terwijl ik het zoveelste Tuc koekje uit mijn tas haal om mijn zoutgehalte op pijl te houden. Het is werkelijk niet om uit te houden. Ik zoek mijn collega op om te evalueren. Als hij mij vraagt of ik een plaats in mijn hoofd heb, wijs ik verlangend naar een grote boom die aan het einde van het veld staat. “In the shade, please…”

Het is ondertussen 10:30 en we hebben een korte break. Alle kinderen en leerkrachten zijn buiten. We zitten in de schaduw van een drietal bomen en drinken een kop thee met heel veel suiker. Minstens 40 kinderen staan vlakbij ons. Hun ogen zijn op ons gericht; ze nemen ons in zich op. Mijn Nederlandse collega opent haar tas. Dit is haar derde reis en zij heeft meer ervaring op dit gebied dan de rest van ons bij elkaar. “Ik wil dat je nu een koekje eet”, zegt ze. Ik draai mijn hoofd langzaam naar haar toe en voel dat mijn ogen zich verwijden. Ze kijkt me recht in mijn ogen aan en zegt rustig: “Dit moet je ook leren. Het is voor ons belangrijk dat we eten. Anders houden we het niet vol” Ze steekt een pakje Sultana’s mijn kant op. Met trillende hand trek ik er eentje uit. 80 kinderoogjes zijn op mij gericht. Ik neem een heel klein hapje. Ze komen niet dichterbij, zeggen niets, doen niets. Niets anders dan kijken naar mij en mijn koekje. Terwijl de kruimels langs mijn kiezen gaan, voel ik de honger in hun maagjes. Ik zie het verlangen in hun ogen. Wetend dat ze wellicht niet gegeten hebben vanmorgen, dat er vanavond na kilometers lang lopen misschien weer niets zal zijn. Die pure, kleine, donkere oogjes gemengd met die kalmte en beheersing waarmee zij het schouwspel in zich opnemen. Ik draai mijn hoofd naar Daniëlle en kijk haar smekend aan. Ze knikt begrijpend en ik herhaal haar woorden in mijn hoofd. Ik weet het. “Ik weet het”, zeggen mijn hersenen. Maar ik kan het niet. Ik voel mijn hart sneller bonzen en mijn wimpers maken zich klaar om tranen te vervoeren. Met gebroken stem sta ik op en loop ik weg van deze ondraaglijke situatie. Een paar meter verderop moet ik mijn alles geven om de aan de oppervlakte gekomen emoties weer weg te slikken. Het lukt.

Later op de middag komen wij terug in het hotel. Ik neem plaats in mijn vertrouwende stoel voor mijn huisje. Er staat een tweede stoel naast en niet later neemt Paul de voor hem vertrouwde stoel naast mij in beslag. Iedere dag praten we over wat we meegemaakt, gezien, gedaan en gevoeld hebben. Er heeft zich een ijzersterke band tussen ons gevormd en het voelt alsof we elkaar al jaren kennen. Paul voelt als een broeder voor mij. Natuurlijk is het logisch dat dit gebeurt op zo’n heftige reis. Het leuke is echter dat deze klik zich tijdens onze vliegreis al kenbaar maakte. Vanaf het begin delen we een uiterst krachtige vertrouwensband. Tevens hebben we ontzettend veel plezier door accenten de wereld in te brengen, tot een regelmatig ongenoegen van onze medereizigers. Voor ons is het echter zeer belangrijk om op deze wijze te ontladen. Paul begint te vertellen over zijn bezoek aan P1, de kleuterklas, waar de leerlingen tafels moesten leren, de hele ochtend in hun schoolbanken zaten en optelsommen als 23 + 14 moesten maken. Ik hoor de frustratie en ontroering in zijn stem; kleuters zijn Pauls specialisatie. Hij geeft aan zich zo machteloos te hebben gevoeld. Even later vertel ik over mijn Sultana koekje. De brok die ik eerder vandaag met zoveel moeite heb weggeduwd komt stekend weer omhoog. Deze keer laat ik het gebeuren. Terwijl ik doorga met vertellen, beginnen de tranen over mijn wangen te rollen. Alle gevoelens van verdriet, machteloosheid en pijn komen los. In Pauls ogen zie ik dat hij het begrijpt. Hij begrijpt het, zoals niemand anders op dit moment het zou kunnen begrijpen. Het begrip en medeleven in zijn ogen is voor mij de grootste troost die ik maar kan wensen, voel ik. Hierdoor kan ik ook vrij vlot weer stoppen met huilen. De emotie is gevoeld, ervaren, gezien en nu laat ik hem weer los. Maar ik weet dat ik dit moment nooit in mijn hele leven zal kunnen vergeten.

Als ik niet veel later mijn kast open om schone sokken te pakken, valt mijn blik op de bovenste plank. Ik heb een – voor mij – kleine hoeveelheid aan voedsel meegenomen als extra back-up. Naast de Tuc koekjes, cupasoup en groene thee liggen vier rechthoekige pakjes. Na een diepe zucht besluit ik deze pakjes zo snel mogelijk aan een andere reisgenoot aan te bieden. “Wil er iemand een pakje Sultana koekjes? Ik hoef ze niet meer.”

09-07-2015, Lira Oeganda

De ontdekking van de natuurlijke vork

Vandaag was het dan echt zover: de eerste dag van onze reis waarop wij de scholen gingen bezoeken. Onze grote groep van schoolleiders, werelddocenten en studenten wordt in vieren gedeeld en vervolgens over vier scholen verspreid. Zo heeft iedere school in ieder geval 4-6 werelddocenten (2 NL en 2-4 Oeg) en 6-8 studenten (NL en Oeg twin koppels). Omdat de meeste van onze scholen ver in bush verscholen liggen, is het voor sommigen van ons een flinke reis. De wekker gaat dan ook al rond 5:30 en het ontbijt start om 6:00 uur. Daarna vertrekken de groepen op verschillende tijden, afhankelijk van de reisafstand die afgelegd dient te worden om de school te bereiken. Onze groep vertrekt als laatste, omdat onze school relatief gezien het dichtstbij ligt. Vanaf het hotel rijden we richting de Oegandese pabo om onze studenten op te halen. In totaal doen we er toch nog zo’n 45 minuten over om op onze school te arriveren. Dat valt nog mee, gezien het feit dat ons eerste team er minstens 2,5 uur over doet om hetzelfde te doen.

Vanuit ons steeds meer vertrouwd rakende busje richten we onze blikken op de wereld om ons heen. Overal lopen kleine kinderen in schooluniformen langs de weg. Enkele lopen alleen, de meeste in kleine groepjes. Die arme stakkers moeten kilometers lang lopen voordat ze op hun school zijn gearriveerd. Terwijl ons busje zijn eigen vorm van kilometers maken uitoefent, raken we steeds meer van de hoofdweg af en wagen ons dieper en dieper de bush in. Tenslotte zien we een beschadigd bord met de naam Agwata erop, de naam van onze school. Overal om ons heen zien we nu donkere kinderen staan. Sommige zijn aan het ploegen, anderen halen water. Wat ze ook aan het doen zijn, ze staken hun werkzaamheden zodra ze ons zien. Grote ogen zijn op ons gericht, de witte mensen in het busje. Voor veel kinderen is dit de eerste keer dat ze een blanke zien. Het is dan ook duidelijk merkbaar dat de meeste geen idee hebben hoe ze met deze ervaring moeten omgaan. Het lijkt wel alsof wij andere wezens zijn in hun midden. Alsof ze ons niet zien als mensen, maar als vreemde creaturen met een witte huid. Terwijl het vervangende schoolhoofd ons verwelkomt, nemen wij plaats in het kleine kantoortje van de directie. Even later worden wij stralend begroet door de twee werelddocenten waar wij eerder deze week mee kennis hebben mogen maken. Ik schud hen vriendelijk de hand, eerst Justine, de docent die ik zal gaan coachen en daarna Susan, de twin van mijn Nederlandse collega Daniëlle.

Enkele momenten later worden we door Susan voorgesteld aan alle groepen. Zodra we een klas binnenkomen gaat de gehele groep kinderen in eenzelfde beweging staan. Alle klassen dreunen hetzelfde zinnetje op: “Welcome to our classroom. We are P2” (cijfer per klas verschillend). De learners, zoals ze hier genoemd worden, zeggen onze namen klassikaal na. Zodra de leerkracht ‘zegt’ dat ze mogen gaan zitten klinkt het: “Thank you, madam.” Ik kijk verwonderd naar het voor mij robotachtige tafereel en laat de ervaring binnenkomen.

De school telt 1013 leerlingen, verspreid over negen lokalen. Als u even snel rekent zult u merken dat er per groep zo ongeveer 113 leerlingen zijn. De grootse groep is P6 met 181 leerlingen in een klaslokaal van vier bij zes meter. De kinderen zitten aan houten schoolbanken met 4-5 tegelijk. Het valt ons op dat er minder leerkrachten dan klassen zijn, zeven in totaal. Ik vraag Justine of hij mij hier iets over kan vertellen. Zijn verhaal maakt mij duidelijk dat de overheid niet bereid is genoeg geld beschikbaar te stellen om voldoende leerkrachten aan te nemen. De leerkrachten werken binnen een wisselsysteem: ze geven 2-3 vakgebieden aan meerdere groepen. Dit betekent dat ze van het ene lokaal naar het andere lopen. Gezien het feit dat er twee leerkrachten minder dan klassen zijn, zijn er steeds twee klassen zonder docent. De kinderen in deze klassen doen op deze momenten niets anders dan wachten tot er een andere docent begint met lesgeven, vaak tot op een uur lang. Ze zijn dit gehele uur onnatuurlijk stil en doen gedurende deze tijd ook werkelijk niets, behalve rustig voor zich uitstaren. De angst is duidelijk zichtbaar in hun ogen. Als je je misdraagt in Oeganda, volgen er lijfstraffen en zorg je er wel voor dat je de volgende keer ‘beter’ nadenkt.

Tijdens de morning break ervaar ik het meest moeilijke moment dat ik heb gehad sinds ik in Oeganda ben aangekomen. Hoewel de kinderen erg voorzichtig om ons heen komen staan, durven ze geleidelijk aan iets dichterbij te komen. Als een studente vervolgens een foto neemt met haar telefoon en deze laat zien, komen alle kinderen lachend en gierend naast ons staan. De studente vraagt of ze een foto mag maken en alle kinderen dringen zich naar voren om zichzelf later te kunnen waarnemen. Ik zie twee ontzettend kleine, donkere ukjes proberen hun weg te vinden in de kindermassa die nu plotseling ontstaan is. Daniëlle ziet het ook en tilt het eerste mannetje op zodat hij zichtbaar wordt op de foto. Ik besluit dat ik dit een goed idee vind, buig door mijn knieën en strek mijn arm uit om het tweede jongetje op te tillen. Het jonkie ziet mijn uitgestrekte arm zijn kant op komen en sprint drie meter van mij vandaan. Als schaapjes rennen de omringde vijf kinderen met hem mee. Ik voel mijn gezichtsuitdrukking veranderen terwijl ik mij laat verdrinken in tientallen diepbruine, bange oogjes. Hoewel ik vanuit mijn hoofd kan relativeren dat deze kinderen nog nooit een blanke gezien hebben, is mijn hart totaal van slag. imageIk probeer hen te laten merken dat ik hen niet zal deren, dat ik geen gevaar vorm. Ik zit nu zo dicht mogelijk bij de grond, praat zachtjes en open mijn handen in volledige kwetsbaarheid. Ik voel mezelf smeken, met mijn ogen smeek ik hen dichterbij me te komen, contact met mij te maken, zich veilig bij mij te kunnen voelen. Een stralend klein meisje van vier jaar oud vangt mijn blik, glimlacht liefjes en loopt rustig naar mij toe. Terwijl ik voel dat mijn ogen vochtig worden, strekt zij haar hand uit en laat haar kleine zwarte handje zachtjes in mijn grotere witte glijden. Ze kijkt glimlachend om zich heen, de rest ervan te willen verzekeren dat het goed is, dat ze haar kunnen vertrouwen. De andere kinderen komen dichterbij, terwijl ik de brok die nu in mijn keel is verschenen laat wegglijden richting mijn slokdarm.

 

Later meldt onze Oegandese collega Susan ons dat de schoolkok een lunch voor ons heeft bereid. We hebben onze lunch al gegeten en het is inmiddels al bijna 15:00 uur, maar dat maakt kennelijk niet uit. Als wij als gasten worden uitgenodigd om mee te eten, accepteren wij deze gastvrije eer en genieten van hetgeen ons wordt aangeboden. Wel moeten wij Nederlanders er natuurlijk op letten dat we lang niet alles mogen eten. Het vlees laat ik dan ook even staan. Wat over blijft is rijst met bruine bonen. “Robin, can you eat with your natural fork?”, wordt mij plotseling gevraagd. “I beg your pardon, madam?” “Your natural fork”, herhaalt Susan en ze maakt een klauwbeweging met haar hand terwijl ze de vingers dicht bijeen houdt. Afrikanen hebben de vork pas heel laat aan hun tafelmanieren toegevoegd. Zelfs in deze tijd eten de meeste Afrikanen het liefst met hun ‘natural fork’, met de vingers dus. Ik kan niet wachten dit te proberen en vraag of zij mij de techniek zou kunnen leren. Met een grote glimlach beginnen we. Ik blijk een ‘natural talent’ te hebben en eet zonder te morsen mijn hele bordje leeg (en dat met rijst). Het bijzondere is, dat dit mij met een vork meestal niet lukt. Ik geloof dat ik het vanaf nu maar op the natural fork houd… Food for thought!

Na een dag vol indrukken is het rond 15:30 tijd voor ons om terug naar huis – ehhh ons hotel, bedoel ik – te gaan. Weer zien we langs de weg vele kinderen lopen, nu op weg naar huis na een lange schooldag. Nu lopen er veel meer kinderen alleen. Langs de stoffige weg lopen 4-jarige kindjes kilometer na kilometer alleen naar huis. Ze dragen kleine, versleten rugzakjes op hun rug en stappen met hun voetjes vooruit. Het is verschrikkelijk moeilijk voor mij om aan te zien. In mijn hoofd spelen meerdere doemscenario’s zich af. Dan gebeurt iets anders. Dankzij zeer vervelende drempels moet ons busje steeds enorm in snelheid minderen, tot aan het punt dat we zo goed als stilstaan. Dit gebeurt onderweg zo’n kleine 100 keer… Zwarte gezichtjes keren zich naar ons toe tijdens deze momenten. De oogjes verwijden zich en hun mondjes vormen ondeugende glimlachjes. ‘Zitten daar nu witte mensen in dat busje? Een busje met blanke mensen rijdt hier zomaar ineens voorbij.’ De verbazing is duidelijk te zien. De meeste kinderen zetten deze verbazing om in een gebaar: voorzichtig zwaaien ze naar ons. Terwijl ik mij voel smelten zwaai ik liefdevol terug. De glimlachen worden breder, groter en stralender. Ze beginnen nu hardop te lachen en de meeste kinderen rennen giechelend een stukje met ons mee. Pretlichtjes schitteren in hun wijze oogjes.

Als onze groep 45 minuten later aankomt, beweeg ik mijzelf ietwat moeizaam naar buiten vanuit mijn plaatsje achterin de bus. Op mij armen en benen beginnen zich blauwe plekken te vormen. Ieder moment van de rit ben ik heen en weer geschoten achterin het busje. Zodra ik een kind zag lopen heb ik mijn alles gegeven om zichtbaar te kunnen zwaaien. Elke keer weer voel de reactie van deze kleine wondertjes mijn hart opvullen met puur geluk. Het gevoel van machteloosheid is groot deze laatste paar dagen. Maar ik streef ernaar de wereld een stukje mooier te maken waar ik kan.

07-07-2015, Lira Oeganda

Een zegen in vermomming

We zijn aangekomen in het 291 suites hotel in Lira. Het was onder de vijgenboom in de hoteltuin waar ik gisteren de laatste letters van mijn verslag typte. Dit hotel heeft vele eenpersoonskamers, deze keer zonder twee aparte bedden, maar met een tweepersoonsbed per kamer. Zo kreeg ik ook mijn eigen kamer: nummer 30. Het is een kleine kamer. Op het bed ligt een deken met een ‘hip’ motief uit de jaren ’20, de kast dreigt uit elkaar te vallen bij het geluid van een harde nies en het kussen lijkt gevuld te zijn met propjes papier. Toen ik vanmorgen mijn gordijn open wilde trekken, trok ik het stuk stof met stang en al uit de muur. Gelukkig heb ik snelle reflexen en wist ik het ding op te vangen met mijn linkerhand (de rechter had op dat moment tandenpoetsdienst, dubbel knap dus, die reflexen), zodat ik een dikke buil op mijn hoofd kon vermijden. Ik wist dat ik aardig snel ben, maar heb mijn ‘enorme’ kracht nog nooit eerder zo duidelijk gemerkt. Wellicht heeft het te maken met de Oegandese spinaziesoort die ik gisteravond gegeten heb… Ja, dat zal het vast zijn! Ik kwam er enkele momenten later tevens achter dat Oegandese douches heel bijzonder zijn. Hoever je de de hete kraan ook opendraait, het water dat eruit komt blijft koud. Beste mensen, ik baad in luxe hier.
Gezien dat het kraanwater hier te veel bacteriën bevat voor ons Europeanen, mogen wij alleen flesjes bronwater drinken. Mijn gezondheid is een aspect dat ik erg hoog in het vaandel heb staan, vooral hier en nu. Als stomapatient is het namelijk best link om een continent als Afrika te bezoeken. Het drinkwater kan voor enorme buikinfecties zorgen, de malariapil heeft als mogelijke bijwerking een klap op de darmen en de temperatuur zorgt ervoor dat ik veel zouten en vocht verlies. Dit alles kan er in mijn geval voor zorgen dat ik erg snel kan uitdrogen, met ernstige gevolgen als resultaat. Ik heb echter besloten om mijn handicap mij niet gehandicapt te laten maken. Mocht het echt niet gaan, dan is dit een mooie ervaring die ik zal meenemen in mijn toekomstige reisplannen. Ik merk in tegenstelling hierop gelukkig dat het fantastisch gaat. Ik heb geen enkele reactie op de malariapil, er zijn constant drinkflesjes aanwezig en Edukans en haar Oegandese partner ELECU zorgen voor een goede voedselvoorraad. Het eten is dan ook nog eens erg goed. Veel variatie in het menu en bepaalde onderdelen zijn erg zout. Bingo! Als laatste argument kan ik melden het best leuk te vinden met mijn stomazak in zo’n gat te kunnen mikken – ja, zo zien de meeste toiletten er hier uit -, het is toch een hele andere ervaring dan de meeste van mijn reisgenoten hebben.

Na een heerlijk ontbijt van scrambled eggs met witte bonen en tomatensaus (Oeganda was vroeger een Engelse kolonie), zijn wij allen klaar om met onze eerste, echte dag te beginnen. We vertrekken in twee busjes richting de school waar de eerste bijeenkomsten gehouden zullen worden. Maandag en dinsdag zullen er workshops gehouden worden met alle betrokken: schoolleiders, docenten, studenten en bestuursleden. We leren elkaar kennen, delen onze visie op onderwijs, ervaren elkaars culturen en zetten onze aandacht op scherp wat betreft ons doel en missie: activerend leren. De andere drie dagen bezoeken we verscheidene scholen.

Hoewel ik vermoed dat deze dag vast en zeker zal gaan overlopen van impressies, start dit al eerder dan ik verwacht. Tijdens de reis zie ik erg veel vanuit het openstaande raampje van ons busje. Er ligt overal straatvuil, veel gebouwen staan op instorten en de meeste mensen zijn bezig kilometers te lopen naar hun bestemming. De stank van brandend afval vult mijn neusgaten en ik vraag mijn medereizigers of iemand mij kan vertellen waarom er overal open vuurtjes branden. “Dat is tegen de stank”, wordt er geantwoord. “Er is hier geen riolering. Er worden de hele dag door overal kleine brandjes gesticht om de geur van urine en uitwerpselen te maskeren.” Tussen deze vuurtjes, afval en menselijke uitwerpselen zie ik kleine kinderen spelen en vrouwen met dingen op hun hoofd rondsjouwen. Een morgen als alle anderen. Voor hen dan…

Een klein half uur later bereiken wij onze bestemming: de PTC (pabo) van deze locatie. We worden uiterst vriendelijk ontvangen door onze Oegandese collega’s. De studenten heten ons welkom terwijl wij uit het busje stappen en maken ons gelijk wegwijs binnen de campus. Even later heten de bisschop en het schoolhoofd ons officieel welkom en starten we met ons programma. De Oegandese studenten zingen het volkslied en niet veel later staan ook wij plechtig met de handen op ons hart het Wilhelmus te zingen. Na een prachtige en inspirerende speech en de morning prayer van de bisschop gaat het programma verder met kennismakingsoefeningen, groepsindelingen en active learning. Het doel van onze missie is namelijk ervoor te zorgen dat de kinderen actiever bezig zijn met hun leerproces en de leerstof. De aandacht in het lesgeven willen we graag verschuiven van leerkrachtgericht (de docent legt uit en kinderen luisteren) naar kindgericht (de kinderen gaan zelf aan de slag door te doen en ervaren).

Tijdens de laatste 15 minuten van de laatste workshop voor de lunch, zie ik in mijn ooghoek een kleine beweging. Omdat het gigantisch warm is in het gebouw waar we zitten, hebben we de ramen opengezet om een zeldzaam, koel briesje naar binnen te lokken. Voor deze ramen bevinden zich gele tralies, met vierkantjes als patroon. Ik draai mijn hoofd richting de subtiele beweging rondom het raam. Kleine, donkere vingertjes steken door de vierkantjes. Smalle handjes met kleine nageltjes kronkelen langs de tralies. imageOveral duiken nu kleine kopjes op langs de buitenzijde van de ramen. Dit is het moment van een vaste lunchpauze, waar de gehele campus aan meedoet. Daar hoort ook de basisschool aan de andere kant van de weg bij, merk ik nu. De kinderen die zich buiten verzameld hebben proberen een glimp op te vangen van de witte mensen die zich ineens in hun midden wanen. Ze zijn net groot genoeg om over de vensterbank te kunnen kijken en ik laat mijn blik verdrinken in hun donkere, diepe open. Terwijl ze op hun tenen gaan staan, beantwoord ik hun nieuwsgierigheid met een grote glimlach. Ik krijg al even grote glimlachjes terug. Na de workshop duik ik naar buiten om met deze kinderen te gaan praten. Eerst nog wat verlegen, maar na een tijdje komen ze een beetje los, vooral als ik hen foto’s laat zien die ikIMG_1425 net gemaakt heb. Voor ik het doorheb, staat er een groep van minstens 20 kinderen dicht om me heen, lachend en genietend van de plaatjes die ik hen laat zien. Ik zie fonkelende lichtjes in hun ogen, terwijl ik met mijn twinkelende ogen in die van hun kijk tijdens onze ontmoeting. De kinderen hebben honger, er zijn zweetdruppeltjes op hun voorhoofden te zien en hun lichamen zijn bedekt met een dikke laag stof. Maar dat is niet alles wat ik zie. De grote glimlachen blijven aanwezig, het gelach en gejoel wordt steeds enthousiaster en ik zie zo veel geluk en leven in hun hele zijn. Deze kinderen zijn oprecht blij en genieten van dit speciale moment. Er staat namelijk een echte blanke in hun midden. Ik geniet op mijn beurt al net zoveel, als het niet nog meer zou zijn, omdat ik als blanke dit moment van geluk mag delen met mijn kleine broeders en zusters. Ook ik ben oprecht blij en dankbaar dat ik in hun midden mag staan. Tenslotte vraag ik of een aantal van hen wellicht met mij op de foto zouden willen. Een omgevallen boom die naast ons ligt, is er de perfecte plaats voor en we leggen dit gelukzalige moment vast in een foto.

Tijdens de lunch schrik ik op van een plotselinge krijs van een medewerelddocent. Op haar achterwerk is een grote, groene sprinkhaan van bijna 10 cm neergedaald. Ze heft haar hand op om hem weg te vegen. Ondertussen komt oimagenze Oegandese organisator Martin met verheven stem op ons afgestormd. Hij verzoekt haar streng het diertje niet te deren. Zachtmoedig steek ik mijn hand uit naar de sprinkhaan en deze maakt de oversteek naar mijn vingers.Martin geeft mij een brede glimlach. “In Uganda this is considered a blessing, sir.” Terwijl ik de enorme sprinkhaan rustig bekijk, accepteer ik zijn zegen. De zegen van dit moment. De dankbaarheid om hier te mogen zijn, om dit te mogen ervaren. Genietend van het feit dat een persoon die onder deze aanwezigen een van de hoogste rangen heeft naar ons toe komt rennen, omdat een van ons een sprinkhaan van haar af wil vegen. Ik ervaar het leven hier als zo enorm echt, zo aards.
Op de terugweg naar ons hotel flitst die onwerkelijke wereld weer aan mij voorbij. Andere brandjes verspreiden hun aroma, mensen lopen nu terug van hun lange dag naar hun onderkomens. Ik ben er stil van. De dag heeft mij vervuld met gevoelens. Gevoelens van dankbaarheid, van respect en van verlangen. Verlangen naar meer inzicht in dit rare concept wat wij allen ‘leven’ noemen. Eerder in dit verhaal heb ik beschreven dat ik baadde in luxe. Het zal u wellicht niet ontgaan zijn dat ik deze zin met een sarcastische ondertoon de wereld in bracht. Ik heb dit bewust gedaan om u te willen meenemen in dit gevoel. De waarheid is namelijk, dat ik bloedserieus ben. Ik baad in luxe. Ik heb nog geen moment ervaren dat ik niet tevreden ben of dat ik iets mis. De mensen aan onze kant van de wereld zijn zoals de Oegandezen vandaag meerdere keren tegen mij gezegd hebben: “wealthy”. “You have money, you can do so much more.” Jazeker, wij hebben geld, wij hebben welvaart. Maar rijkdom… hebben we ook rijkdom aan onze kant van de wereld? Ik heb vandaag ervaren dat de Oegandese mensen op een hele andere manier dan de onze ontzettend rijk zijn in hun leven. En de bewustwording van dat feit, tot in de details die ik op dit moment aankan is de tweede blessing in disguise van vandaag.

06-06-2015, Lira Oeganda

De reis aan boord van de Goodluck bus

Gisteren zijn we veilig geland op het vliegveld van Entebbe. Na een lange wachtrij voor het loket waar we onze visa zouden ontvangen, konden we vervolgens onze koffers gaan verzamelen. Nadat we geconstateerd hadden dat ieder bagagastuk veilig met ons meegereisd was, mochten we met onze contacpersoon meelopen naar twee kleine busjes, die ons naar ons hotel in Kampala zouden gaan rijden. De temperatuur is hier erg aangenaam, terwijl de klok inmiddels al op 23:30 staat. Onze buschauffeur geeft ons een prachtige, witte glimlach en zegt ons snel in het hotel te zullen brengen. Hier is geen woord aan gelogen. Terwijl er meerdere borden voorbij komen met teksten als “Slow down!” en “30 kph” rijdt onze chauffeur rustig een topsnelheid van zo’n 100 kph. Hij scheurt over het wegdek, haalt op een zeer creatieve manier in waardoor onze tegenliggers dekking moeten zoeken in de berm en toetert er regelmatig op los om aan de geven dat hij er toch wel erg graag even langs zou willen. Ik was van plan om foto’s te maken van de borden als bewijsmateriaal, maar op mysterieuze wijze kon mijn camera zich niet scherpstellen… In een flits (meerdere om precies te zijn, want onze tegenliggers hebben blijkbaar nog nooit gehoord van het fenomeen ‘stadslicht’ in hun auto’s, waardoor wij ernstig verblind werden door de koplampen) kwamen wij niet meer dan 45 minuten later in een ons hotel. Een groot hek wordt opengemaakt en de beveiligsagent (met geweer) laat ons binnen rijden. Eenmaal aan de balie staande maakt de eigenaar ons duidelijk dat hij enkel eenpersoonskamers heeft (“single, single”). Geen van ons ziet dit echter zitten na onze lange reis en we besluiten rebels de bedden te verschuiven zodat het tweepersoonskamers worden.

In het vliegtuig heb ik kennisgemaakt met Paul. Toen ik gisterenochtend aankwam op Schiphol werd mij gelijk verteld dat er nog een man meereist in de expeditie (buiten de twee begeleiders om). Elkaar de hand schuddend hoor ik mezelf zeggen dat wij dan maar goed op elkaar moeten passen deze komende twee weken. In het vliegtuig aangekomen vragen drie meiden mij of ik zou willen ruilen van plaats. Ze hebben nog nooit eerder gevolgen en willen graag hun handen bundelen tijdens het opstijgen. Zo kwam het dus uit dat ik plaats mocht nemen naast Paul en een directe klik en band ontstonden. De hele reis hebben we het gehad over het onderwijs, games, films en nog vele andere onderwerpen. Het was overigens überhaupt een fijne vlucht. De stewardess gaf mijn maaltijd per ongeluk weg aan een andere passagier, waardoor zij zich vervolgens zo schuldig voelde dat ik de gehele tijd daarna regelmatig een dubbele lading kreeg van wat er aangeboden werd. En dat sluit fantastisch aan bij mij persoonlijke toverformule: Robin + voedsel = ware liefde.
Terugkomend op het hotel: we zijn inmiddels aangekomen in onze eenpersoonskamers die vreemd genoeg twee aparte bedden bevat. Zeer handig, niets meer aan doen. Tanden poetsen, pyjama aan en onder de klamboe (malariamuggen zijn daar niet welkom…) Erg goed slaap ik vervolgens niet. Ik moet erg wennen aan de geluiden om me heen. Blijkbaar is het hier normaal dat er gezaagd en getimmerd wordt tot 4 uur in de ochtend. Onderweg naar ons hotel zagen we mensen bij de kapper zitten, meubels uitproberen en kippetjes aan de gril ronddraaien. Ach tsja, het was tenslotte ook nog maar rond 0:00 uur… Eindelijk ben ik dan toch even in slaap gedommeld, om een uurtje later weer wakker te worden van een nieuw geluid. Vanuit de gigantische moskee in Kampala klinkt een luid gezang. Dit gezang vindt nog zo een drie keer plaats tussen 4 en 7 uur (juist…. ik heb al die tijd wakker gelegen). Erg bijzonder vond ik om te merken dat de hele stad stil werd tijdens deze momenten. Het was alsof er aan een grote volumeknop werd gedraaid die alle geluiden bestuurde die de stad voortbracht. Na het gezang kwamen alle geluiden geleidelijk aan weer terug.

De volgende ochtend na een stevig ontbijt van patat en varkenslever (yeah…) staan wij voor de bus die ons naar Lira gaat rijden: the Goodluck bus. Dimagee weg hierheen is erg afwisselend qua kwaliteit en dus zijn we wel even onderweg (dit bleek later een totaal van 7 uur te zijn). Het is tevens in deze bus waarin ik nu op dit moment mijn blog zit te typen op mijn vertrouwde ipad. Het is een hele uitdaging moet ik toegeven, de chauffeur rijdt namelijk op dezelfde wijze als gisteravond, in combinatie met enorme gaten in de grond. Hij gebruikt zijn hand om aan geven wat hij gaat doen. Middels een klein open raampje aan zijn rechterzijde (we rijden links) geeft hij aan wat er gaat gebeuren. Hij wappert rustig met zijn hand naar de bestuurders achter ons, zodat zij weten of zij ons kunnen inhalen, of dat ze maar beter achter ons kunnen blijven.

Onderweg zien wij natuurlijk van alles voorbijkomen. Oeganda wordt beschreven als de parel van Afrika. Dit is duidelijk te zien, het landschap is erg groen. Onderweg zien we zelfs een gezellige familie bavianen langs de weg zitten! Echter zien we ook veel armoede onderweg. Oegandese mensen dragen van alles (ja, echte van alles!) op hun hoofd, vaak zelfs zonder steun van hun handen. Zo nu en dan worden we aangehouden omdat er gecontroleerd moet worden. Rond deze tijd mogen namelijk lang niet alle voertuigen van deze weg gebruik maken. Onze chauffeur heeft daarvoor heel handig gebruik gemaakt van een bordje op de vooruit met het woord “Private” erop. Dit zal ervoor zorgen dat we door kunnen gaan, mochten we aangehouden worden, dan is er nog geen probleem, want hij verzekerd ons dat we alle benodigde papieren reeds in ons bezit hebben. En zo rijden we dus, op topsnelheid door het warme Oegandese landschap. De meerderheid van onze groep spreekt niet en de helft ligt rustig te slapen. En ik? Ik blog. Ik blog over mijn bevindingen en merk nu al dat er in mij van alles gebeurt.

Een paar dagen voor mijn vertrek vertelde een wijze dame mij dat alle Afrikaanse mensen oude zielen hebben. Ik weet nog dat ik toen dacht dat dit bijna niet anders kon. Hoe kun je anders overleven in dit barre werelddeel. Maar nu ik hier zelf ook ben, mijn voelsprieten uitzet en om me heen kijk, zie ik het. Ik zie het als ik de mensen in de ogen kijk. Ik voel het als ik contact met ze maak. Ik voel de energie door mijn hele lijf gieren. De mensen hier zijn zo trots op hun identiteit en hebben vertrouwen in al het goede in de wereld. Ik ben nu al zo dankbaar dat ik de weerspiegeling van onze Aarde door hun ogen mag waarnemen. Het is een zeer bijzondere ervaring, vooral omdat ik dit al merk nog voor ik echt met de mensen aan het werk ben. Ik ben dan ook heel erg benieuwd wat er de komende dagen zal gaan plaatsvinden. Hoe dan ook, ik vind het nu al wonderlijk bijzonder om hier te mogen zijn.

Het is net voor negenen als ik deze blog tenslotte de laatste controle geef en afrond. Ik bevind mij onder een vijgenboom die zijn vruchten gevaarlijk dichtbij laat vallen en geniet van een schouwspel van een stuk of 10 heen en weer vliegende vleermuizen. Hopelijk zal ik vanavond meer slaap kunnen vinden. Zolang er hier maar geen moskeeën in de buurt zijn, valt het wellicht mee. Hoe mooi deze ervaring ook was, genoeg rust is ook wel fijn om volledig van dit avontuur te kunnen genieten.

05-07-2015, Lira Oeganda

De zaak van de plannende docent

Kijk, in my way of thinking zijn er bij het concept ‘ontwikkelingswerk’ twee typen mensen betrokken. 

Het eerste type weet al jaren dat dit iets is dat hij ontzettend graag wil gaan doen. Sterker nog, het komt op the bucket list: het zal gebeuren! Nadat dit gevoel voor de eerste keer heeft plaatsgevonden gaat dit type dan ook effectief aan de slag met plannen en voorbereiden. De destinatie is al tijdenlang bekend (gemaakt), er wordt een geschikt doel voor ogen gesteld en ze gaan beginnen met sparen. Al met al een type dat uiterst overzichtelijk te werk gaat.

Bij het tweede type gaat het toch even iets anders. Laat ik het omschrijven middels een metafoor van een oude stoomtrein met houten wagons, denderend over de spoorlijn. Dikke pluimen stoom vullen de blauwe lucht, waar een ondergaande zon een romantisch tafereel schetst. Ziet u het al voor zich? Goed, dan ga ik verder met mijn verhaal. Type twee loopt langs het spoor en ziet de trein aan zich voorbijkomen. Als hij vervolgens een van de wagondeuren open ziet staan, besluit hij een sprong te wagen. Puur op vertrouwen en overgave duikt hij de wagon in, geen idee van zijn eindbestemming en de ervaringen onderweg. Hij stort zich in het avontuur, zonder planning, zonder bemoeienis van het hoofd, de boodschap vanuit het hart uitstortend. Later in de wagon gaat hij vervolgens gebruik maken van zijn hoofd: als ondersteuning van het gevoel dat eerder gevolgd is.

Beide typen hebben hun eigen manier van werken, hun eigen formule voor succes. Beide methoden werken, ieder op hun eigen manier. De een draagt het boekwerk van de logica, de ander het geschrift der intuïtie. Deze patronen laten zich echter niet alleen zien bij onderwerpen als ontwikkelingswerk. Veelal zijn zij als een rode draad aanwezig in de levens van de genoemde types. En voor het geval het nog niet duidelijk (merkbaar) was: ik ben dus een echt typetje twee. Drie maanden geleden ben ik in die trein gesprongen met maar twee dingen die op dat voor mijn duidelijk waren. Lading: educatief ontwikkelingswerk via Edukans. Bestemming: Oeganda, Afrika. En de rest van de informatie? Die krijgen we onderweg. Vast wel…

Omdat ik later ben ‘ingestapt’, is het vrijwel logisch dat ik het al eerder afgelegde traject van de stoomtrein al gemist had. Gelukkig waren er andere passagiers aanwezig die mijn ontbrekende informatie konden invullen. Ik had gelukkig wel al gevraagd wanneer de overstap op het vliegtuig zou plaatsvinden: de eerste twee weken van juli. Als leerkracht in het primair onderwijs heb ik de mogelijkheden met mijn agenda te spelen rond die tijd van het jaar. Dit is namelijk de tijd van het jaar waarin wij docenten trachten onze overuren in te halen. Bij de gemiddelde inwoner van Nederland staat deze periode – geloof ik – bekend als: “vakantie”. Wel betekende dit dat ik nog maar drie maanden had om alles te regelen. Vaccinaties, sponsoring voor het project, paspoort, malariapillen, om maar een paar zaken te noemen. Bovendien was het erg belangrijk voor mij om mij goed te verdiepen in de cultuur van een land als Oeganda. De (gelijke) mensenrechten zijn daar namelijk ‘ietwat’ anders dan bij ons in Nederland. Enige verdieping leek mij dus zeker wel noodzakelijk. En dan is drie maanden best kort hoor.

Toch verliep alles in een redelijk snelle vaart. Het paspoort was gauw binnen, de vaccinaties verliepen prima, op een plotselinge, heftige reactie op de gele koortsprik na (goedzo, lijfie) en op de basisschool van mijn werkzaamheden heb ik een geweldige sponsorloop mogen organiseren. Ik heb hartverwarmende reacties gekregen uit verwachte, maar ook zeker uit onverwachte hoeken. Tussen het schrijven van de eindrapporten door, hing ik aan de telefoon met de reisverzekering en bestelde ik mijn malariapillen. De dag voor vertrek, die tevens de laatste schooldag was, klapte ik rond middernacht mijn koffer dicht, in de hoop dat alles wat ik nodig zou hebben erin zou zitten. Om 6 uur de volgende morgen ging mijn wekker en vertrok ik een uur later richting Schiphol. Daar aangekomen voelde ik gelijk dat ik in een warm bad viel tussen mijn medereizigers. Hoewel ik later was binnengestroomd en nog bijna niemand kende, was het duidelijk voelbaar voor mij dat wij al een tijdje in dezelfde trein hadden samen gereisd. Enkele uren later stijgt ons vliegtuig op vanuit ons mooie, vlakke landje, met 8-9 uren (hangt van de windrichting af heb ik mij laten vertellen) vliegtijd voor de boeg tot wij weer zullen landen in Entebbe. Komt goed uit, heb ik in deze afgelopen weken eindelijk eens even de tijd om lekker te gaan schrijven. Hier laat ik het voorlopig echter even bij. Misschien lukt het mij nog om de resterende twee vlieguren een uiltje te knappen. De oudere meneer naast mij is dat prima gelukt, zo rond de 4 minuten schrik ik op van een luid snurkgeluid, afkomstig van zijn verstopte neus. Het wordt tijd dat ik hem ga vergezellen. Weliswaar zonder snurkgeluiden (en verstopte neus), maar met slaap.

04-07-2015, in het KLM vliegtuig, onderweg vanuit Nederland naar Oeganda