De ontdekking van de natuurlijke vork

Vandaag was het dan echt zover: de eerste dag van onze reis waarop wij de scholen gingen bezoeken. Onze grote groep van schoolleiders, werelddocenten en studenten wordt in vieren gedeeld en vervolgens over vier scholen verspreid. Zo heeft iedere school in ieder geval 4-6 werelddocenten (2 NL en 2-4 Oeg) en 6-8 studenten (NL en Oeg twin koppels). Omdat de meeste van onze scholen ver in bush verscholen liggen, is het voor sommigen van ons een flinke reis. De wekker gaat dan ook al rond 5:30 en het ontbijt start om 6:00 uur. Daarna vertrekken de groepen op verschillende tijden, afhankelijk van de reisafstand die afgelegd dient te worden om de school te bereiken. Onze groep vertrekt als laatste, omdat onze school relatief gezien het dichtstbij ligt. Vanaf het hotel rijden we richting de Oegandese pabo om onze studenten op te halen. In totaal doen we er toch nog zo’n 45 minuten over om op onze school te arriveren. Dat valt nog mee, gezien het feit dat ons eerste team er minstens 2,5 uur over doet om hetzelfde te doen.

Vanuit ons steeds meer vertrouwd rakende busje richten we onze blikken op de wereld om ons heen. Overal lopen kleine kinderen in schooluniformen langs de weg. Enkele lopen alleen, de meeste in kleine groepjes. Die arme stakkers moeten kilometers lang lopen voordat ze op hun school zijn gearriveerd. Terwijl ons busje zijn eigen vorm van kilometers maken uitoefent, raken we steeds meer van de hoofdweg af en wagen ons dieper en dieper de bush in. Tenslotte zien we een beschadigd bord met de naam Agwata erop, de naam van onze school. Overal om ons heen zien we nu donkere kinderen staan. Sommige zijn aan het ploegen, anderen halen water. Wat ze ook aan het doen zijn, ze staken hun werkzaamheden zodra ze ons zien. Grote ogen zijn op ons gericht, de witte mensen in het busje. Voor veel kinderen is dit de eerste keer dat ze een blanke zien. Het is dan ook duidelijk merkbaar dat de meeste geen idee hebben hoe ze met deze ervaring moeten omgaan. Het lijkt wel alsof wij andere wezens zijn in hun midden. Alsof ze ons niet zien als mensen, maar als vreemde creaturen met een witte huid. Terwijl het vervangende schoolhoofd ons verwelkomt, nemen wij plaats in het kleine kantoortje van de directie. Even later worden wij stralend begroet door de twee werelddocenten waar wij eerder deze week mee kennis hebben mogen maken. Ik schud hen vriendelijk de hand, eerst Justine, de docent die ik zal gaan coachen en daarna Susan, de twin van mijn Nederlandse collega Daniëlle.

Enkele momenten later worden we door Susan voorgesteld aan alle groepen. Zodra we een klas binnenkomen gaat de gehele groep kinderen in eenzelfde beweging staan. Alle klassen dreunen hetzelfde zinnetje op: “Welcome to our classroom. We are P2” (cijfer per klas verschillend). De learners, zoals ze hier genoemd worden, zeggen onze namen klassikaal na. Zodra de leerkracht ‘zegt’ dat ze mogen gaan zitten klinkt het: “Thank you, madam.” Ik kijk verwonderd naar het voor mij robotachtige tafereel en laat de ervaring binnenkomen.

De school telt 1013 leerlingen, verspreid over negen lokalen. Als u even snel rekent zult u merken dat er per groep zo ongeveer 113 leerlingen zijn. De grootse groep is P6 met 181 leerlingen in een klaslokaal van vier bij zes meter. De kinderen zitten aan houten schoolbanken met 4-5 tegelijk. Het valt ons op dat er minder leerkrachten dan klassen zijn, zeven in totaal. Ik vraag Justine of hij mij hier iets over kan vertellen. Zijn verhaal maakt mij duidelijk dat de overheid niet bereid is genoeg geld beschikbaar te stellen om voldoende leerkrachten aan te nemen. De leerkrachten werken binnen een wisselsysteem: ze geven 2-3 vakgebieden aan meerdere groepen. Dit betekent dat ze van het ene lokaal naar het andere lopen. Gezien het feit dat er twee leerkrachten minder dan klassen zijn, zijn er steeds twee klassen zonder docent. De kinderen in deze klassen doen op deze momenten niets anders dan wachten tot er een andere docent begint met lesgeven, vaak tot op een uur lang. Ze zijn dit gehele uur onnatuurlijk stil en doen gedurende deze tijd ook werkelijk niets, behalve rustig voor zich uitstaren. De angst is duidelijk zichtbaar in hun ogen. Als je je misdraagt in Oeganda, volgen er lijfstraffen en zorg je er wel voor dat je de volgende keer ‘beter’ nadenkt.

Tijdens de morning break ervaar ik het meest moeilijke moment dat ik heb gehad sinds ik in Oeganda ben aangekomen. Hoewel de kinderen erg voorzichtig om ons heen komen staan, durven ze geleidelijk aan iets dichterbij te komen. Als een studente vervolgens een foto neemt met haar telefoon en deze laat zien, komen alle kinderen lachend en gierend naast ons staan. De studente vraagt of ze een foto mag maken en alle kinderen dringen zich naar voren om zichzelf later te kunnen waarnemen. Ik zie twee ontzettend kleine, donkere ukjes proberen hun weg te vinden in de kindermassa die nu plotseling ontstaan is. Daniëlle ziet het ook en tilt het eerste mannetje op zodat hij zichtbaar wordt op de foto. Ik besluit dat ik dit een goed idee vind, buig door mijn knieën en strek mijn arm uit om het tweede jongetje op te tillen. Het jonkie ziet mijn uitgestrekte arm zijn kant op komen en sprint drie meter van mij vandaan. Als schaapjes rennen de omringde vijf kinderen met hem mee. Ik voel mijn gezichtsuitdrukking veranderen terwijl ik mij laat verdrinken in tientallen diepbruine, bange oogjes. Hoewel ik vanuit mijn hoofd kan relativeren dat deze kinderen nog nooit een blanke gezien hebben, is mijn hart totaal van slag. imageIk probeer hen te laten merken dat ik hen niet zal deren, dat ik geen gevaar vorm. Ik zit nu zo dicht mogelijk bij de grond, praat zachtjes en open mijn handen in volledige kwetsbaarheid. Ik voel mezelf smeken, met mijn ogen smeek ik hen dichterbij me te komen, contact met mij te maken, zich veilig bij mij te kunnen voelen. Een stralend klein meisje van vier jaar oud vangt mijn blik, glimlacht liefjes en loopt rustig naar mij toe. Terwijl ik voel dat mijn ogen vochtig worden, strekt zij haar hand uit en laat haar kleine zwarte handje zachtjes in mijn grotere witte glijden. Ze kijkt glimlachend om zich heen, de rest ervan te willen verzekeren dat het goed is, dat ze haar kunnen vertrouwen. De andere kinderen komen dichterbij, terwijl ik de brok die nu in mijn keel is verschenen laat wegglijden richting mijn slokdarm.

 

Later meldt onze Oegandese collega Susan ons dat de schoolkok een lunch voor ons heeft bereid. We hebben onze lunch al gegeten en het is inmiddels al bijna 15:00 uur, maar dat maakt kennelijk niet uit. Als wij als gasten worden uitgenodigd om mee te eten, accepteren wij deze gastvrije eer en genieten van hetgeen ons wordt aangeboden. Wel moeten wij Nederlanders er natuurlijk op letten dat we lang niet alles mogen eten. Het vlees laat ik dan ook even staan. Wat over blijft is rijst met bruine bonen. “Robin, can you eat with your natural fork?”, wordt mij plotseling gevraagd. “I beg your pardon, madam?” “Your natural fork”, herhaalt Susan en ze maakt een klauwbeweging met haar hand terwijl ze de vingers dicht bijeen houdt. Afrikanen hebben de vork pas heel laat aan hun tafelmanieren toegevoegd. Zelfs in deze tijd eten de meeste Afrikanen het liefst met hun ‘natural fork’, met de vingers dus. Ik kan niet wachten dit te proberen en vraag of zij mij de techniek zou kunnen leren. Met een grote glimlach beginnen we. Ik blijk een ‘natural talent’ te hebben en eet zonder te morsen mijn hele bordje leeg (en dat met rijst). Het bijzondere is, dat dit mij met een vork meestal niet lukt. Ik geloof dat ik het vanaf nu maar op the natural fork houd… Food for thought!

Na een dag vol indrukken is het rond 15:30 tijd voor ons om terug naar huis – ehhh ons hotel, bedoel ik – te gaan. Weer zien we langs de weg vele kinderen lopen, nu op weg naar huis na een lange schooldag. Nu lopen er veel meer kinderen alleen. Langs de stoffige weg lopen 4-jarige kindjes kilometer na kilometer alleen naar huis. Ze dragen kleine, versleten rugzakjes op hun rug en stappen met hun voetjes vooruit. Het is verschrikkelijk moeilijk voor mij om aan te zien. In mijn hoofd spelen meerdere doemscenario’s zich af. Dan gebeurt iets anders. Dankzij zeer vervelende drempels moet ons busje steeds enorm in snelheid minderen, tot aan het punt dat we zo goed als stilstaan. Dit gebeurt onderweg zo’n kleine 100 keer… Zwarte gezichtjes keren zich naar ons toe tijdens deze momenten. De oogjes verwijden zich en hun mondjes vormen ondeugende glimlachjes. ‘Zitten daar nu witte mensen in dat busje? Een busje met blanke mensen rijdt hier zomaar ineens voorbij.’ De verbazing is duidelijk te zien. De meeste kinderen zetten deze verbazing om in een gebaar: voorzichtig zwaaien ze naar ons. Terwijl ik mij voel smelten zwaai ik liefdevol terug. De glimlachen worden breder, groter en stralender. Ze beginnen nu hardop te lachen en de meeste kinderen rennen giechelend een stukje met ons mee. Pretlichtjes schitteren in hun wijze oogjes.

Als onze groep 45 minuten later aankomt, beweeg ik mijzelf ietwat moeizaam naar buiten vanuit mijn plaatsje achterin de bus. Op mij armen en benen beginnen zich blauwe plekken te vormen. Ieder moment van de rit ben ik heen en weer geschoten achterin het busje. Zodra ik een kind zag lopen heb ik mijn alles gegeven om zichtbaar te kunnen zwaaien. Elke keer weer voel de reactie van deze kleine wondertjes mijn hart opvullen met puur geluk. Het gevoel van machteloosheid is groot deze laatste paar dagen. Maar ik streef ernaar de wereld een stukje mooier te maken waar ik kan.

07-07-2015, Lira Oeganda

4 gedachten over “De ontdekking van de natuurlijke vork”

  1. Wat een bijzonder verhaal Robin. Door jouw manier van vertellen beleef ik je reis bijna echt mee, heel ontroerend jouw belevenissen te lezen. Blijf genieten., Wytske

  2. Hallo Robin,
    Ik kan de beelden zien, zo mooi verwoord je het. Wat een zegen dat je dit mag doen. Dit is iets wat je nooit meer vergeet en altijd bij je zal dragen😘

  3. Lieve Robin, wat schrijf je beeldend en vanuit je hart. Het voelt net alsof ik het door jouw ogen en jouw ziel zie, ontroerend. Geniet ervan. De oegandese bevolking heeft geluk dat jij er bent, om hun verhaal te vertellen. Liefs bianca

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.