Een zegen in vermomming

We zijn aangekomen in het 291 suites hotel in Lira. Het was onder de vijgenboom in de hoteltuin waar ik gisteren de laatste letters van mijn verslag typte. Dit hotel heeft vele eenpersoonskamers, deze keer zonder twee aparte bedden, maar met een tweepersoonsbed per kamer. Zo kreeg ik ook mijn eigen kamer: nummer 30. Het is een kleine kamer. Op het bed ligt een deken met een ‘hip’ motief uit de jaren ’20, de kast dreigt uit elkaar te vallen bij het geluid van een harde nies en het kussen lijkt gevuld te zijn met propjes papier. Toen ik vanmorgen mijn gordijn open wilde trekken, trok ik het stuk stof met stang en al uit de muur. Gelukkig heb ik snelle reflexen en wist ik het ding op te vangen met mijn linkerhand (de rechter had op dat moment tandenpoetsdienst, dubbel knap dus, die reflexen), zodat ik een dikke buil op mijn hoofd kon vermijden. Ik wist dat ik aardig snel ben, maar heb mijn ‘enorme’ kracht nog nooit eerder zo duidelijk gemerkt. Wellicht heeft het te maken met de Oegandese spinaziesoort die ik gisteravond gegeten heb… Ja, dat zal het vast zijn! Ik kwam er enkele momenten later tevens achter dat Oegandese douches heel bijzonder zijn. Hoever je de de hete kraan ook opendraait, het water dat eruit komt blijft koud. Beste mensen, ik baad in luxe hier.
Gezien dat het kraanwater hier te veel bacteriën bevat voor ons Europeanen, mogen wij alleen flesjes bronwater drinken. Mijn gezondheid is een aspect dat ik erg hoog in het vaandel heb staan, vooral hier en nu. Als stomapatient is het namelijk best link om een continent als Afrika te bezoeken. Het drinkwater kan voor enorme buikinfecties zorgen, de malariapil heeft als mogelijke bijwerking een klap op de darmen en de temperatuur zorgt ervoor dat ik veel zouten en vocht verlies. Dit alles kan er in mijn geval voor zorgen dat ik erg snel kan uitdrogen, met ernstige gevolgen als resultaat. Ik heb echter besloten om mijn handicap mij niet gehandicapt te laten maken. Mocht het echt niet gaan, dan is dit een mooie ervaring die ik zal meenemen in mijn toekomstige reisplannen. Ik merk in tegenstelling hierop gelukkig dat het fantastisch gaat. Ik heb geen enkele reactie op de malariapil, er zijn constant drinkflesjes aanwezig en Edukans en haar Oegandese partner ELECU zorgen voor een goede voedselvoorraad. Het eten is dan ook nog eens erg goed. Veel variatie in het menu en bepaalde onderdelen zijn erg zout. Bingo! Als laatste argument kan ik melden het best leuk te vinden met mijn stomazak in zo’n gat te kunnen mikken – ja, zo zien de meeste toiletten er hier uit -, het is toch een hele andere ervaring dan de meeste van mijn reisgenoten hebben.

Na een heerlijk ontbijt van scrambled eggs met witte bonen en tomatensaus (Oeganda was vroeger een Engelse kolonie), zijn wij allen klaar om met onze eerste, echte dag te beginnen. We vertrekken in twee busjes richting de school waar de eerste bijeenkomsten gehouden zullen worden. Maandag en dinsdag zullen er workshops gehouden worden met alle betrokken: schoolleiders, docenten, studenten en bestuursleden. We leren elkaar kennen, delen onze visie op onderwijs, ervaren elkaars culturen en zetten onze aandacht op scherp wat betreft ons doel en missie: activerend leren. De andere drie dagen bezoeken we verscheidene scholen.

Hoewel ik vermoed dat deze dag vast en zeker zal gaan overlopen van impressies, start dit al eerder dan ik verwacht. Tijdens de reis zie ik erg veel vanuit het openstaande raampje van ons busje. Er ligt overal straatvuil, veel gebouwen staan op instorten en de meeste mensen zijn bezig kilometers te lopen naar hun bestemming. De stank van brandend afval vult mijn neusgaten en ik vraag mijn medereizigers of iemand mij kan vertellen waarom er overal open vuurtjes branden. “Dat is tegen de stank”, wordt er geantwoord. “Er is hier geen riolering. Er worden de hele dag door overal kleine brandjes gesticht om de geur van urine en uitwerpselen te maskeren.” Tussen deze vuurtjes, afval en menselijke uitwerpselen zie ik kleine kinderen spelen en vrouwen met dingen op hun hoofd rondsjouwen. Een morgen als alle anderen. Voor hen dan…

Een klein half uur later bereiken wij onze bestemming: de PTC (pabo) van deze locatie. We worden uiterst vriendelijk ontvangen door onze Oegandese collega’s. De studenten heten ons welkom terwijl wij uit het busje stappen en maken ons gelijk wegwijs binnen de campus. Even later heten de bisschop en het schoolhoofd ons officieel welkom en starten we met ons programma. De Oegandese studenten zingen het volkslied en niet veel later staan ook wij plechtig met de handen op ons hart het Wilhelmus te zingen. Na een prachtige en inspirerende speech en de morning prayer van de bisschop gaat het programma verder met kennismakingsoefeningen, groepsindelingen en active learning. Het doel van onze missie is namelijk ervoor te zorgen dat de kinderen actiever bezig zijn met hun leerproces en de leerstof. De aandacht in het lesgeven willen we graag verschuiven van leerkrachtgericht (de docent legt uit en kinderen luisteren) naar kindgericht (de kinderen gaan zelf aan de slag door te doen en ervaren).

Tijdens de laatste 15 minuten van de laatste workshop voor de lunch, zie ik in mijn ooghoek een kleine beweging. Omdat het gigantisch warm is in het gebouw waar we zitten, hebben we de ramen opengezet om een zeldzaam, koel briesje naar binnen te lokken. Voor deze ramen bevinden zich gele tralies, met vierkantjes als patroon. Ik draai mijn hoofd richting de subtiele beweging rondom het raam. Kleine, donkere vingertjes steken door de vierkantjes. Smalle handjes met kleine nageltjes kronkelen langs de tralies. imageOveral duiken nu kleine kopjes op langs de buitenzijde van de ramen. Dit is het moment van een vaste lunchpauze, waar de gehele campus aan meedoet. Daar hoort ook de basisschool aan de andere kant van de weg bij, merk ik nu. De kinderen die zich buiten verzameld hebben proberen een glimp op te vangen van de witte mensen die zich ineens in hun midden wanen. Ze zijn net groot genoeg om over de vensterbank te kunnen kijken en ik laat mijn blik verdrinken in hun donkere, diepe open. Terwijl ze op hun tenen gaan staan, beantwoord ik hun nieuwsgierigheid met een grote glimlach. Ik krijg al even grote glimlachjes terug. Na de workshop duik ik naar buiten om met deze kinderen te gaan praten. Eerst nog wat verlegen, maar na een tijdje komen ze een beetje los, vooral als ik hen foto’s laat zien die ikIMG_1425 net gemaakt heb. Voor ik het doorheb, staat er een groep van minstens 20 kinderen dicht om me heen, lachend en genietend van de plaatjes die ik hen laat zien. Ik zie fonkelende lichtjes in hun ogen, terwijl ik met mijn twinkelende ogen in die van hun kijk tijdens onze ontmoeting. De kinderen hebben honger, er zijn zweetdruppeltjes op hun voorhoofden te zien en hun lichamen zijn bedekt met een dikke laag stof. Maar dat is niet alles wat ik zie. De grote glimlachen blijven aanwezig, het gelach en gejoel wordt steeds enthousiaster en ik zie zo veel geluk en leven in hun hele zijn. Deze kinderen zijn oprecht blij en genieten van dit speciale moment. Er staat namelijk een echte blanke in hun midden. Ik geniet op mijn beurt al net zoveel, als het niet nog meer zou zijn, omdat ik als blanke dit moment van geluk mag delen met mijn kleine broeders en zusters. Ook ik ben oprecht blij en dankbaar dat ik in hun midden mag staan. Tenslotte vraag ik of een aantal van hen wellicht met mij op de foto zouden willen. Een omgevallen boom die naast ons ligt, is er de perfecte plaats voor en we leggen dit gelukzalige moment vast in een foto.

Tijdens de lunch schrik ik op van een plotselinge krijs van een medewerelddocent. Op haar achterwerk is een grote, groene sprinkhaan van bijna 10 cm neergedaald. Ze heft haar hand op om hem weg te vegen. Ondertussen komt oimagenze Oegandese organisator Martin met verheven stem op ons afgestormd. Hij verzoekt haar streng het diertje niet te deren. Zachtmoedig steek ik mijn hand uit naar de sprinkhaan en deze maakt de oversteek naar mijn vingers.Martin geeft mij een brede glimlach. “In Uganda this is considered a blessing, sir.” Terwijl ik de enorme sprinkhaan rustig bekijk, accepteer ik zijn zegen. De zegen van dit moment. De dankbaarheid om hier te mogen zijn, om dit te mogen ervaren. Genietend van het feit dat een persoon die onder deze aanwezigen een van de hoogste rangen heeft naar ons toe komt rennen, omdat een van ons een sprinkhaan van haar af wil vegen. Ik ervaar het leven hier als zo enorm echt, zo aards.
Op de terugweg naar ons hotel flitst die onwerkelijke wereld weer aan mij voorbij. Andere brandjes verspreiden hun aroma, mensen lopen nu terug van hun lange dag naar hun onderkomens. Ik ben er stil van. De dag heeft mij vervuld met gevoelens. Gevoelens van dankbaarheid, van respect en van verlangen. Verlangen naar meer inzicht in dit rare concept wat wij allen ‘leven’ noemen. Eerder in dit verhaal heb ik beschreven dat ik baadde in luxe. Het zal u wellicht niet ontgaan zijn dat ik deze zin met een sarcastische ondertoon de wereld in bracht. Ik heb dit bewust gedaan om u te willen meenemen in dit gevoel. De waarheid is namelijk, dat ik bloedserieus ben. Ik baad in luxe. Ik heb nog geen moment ervaren dat ik niet tevreden ben of dat ik iets mis. De mensen aan onze kant van de wereld zijn zoals de Oegandezen vandaag meerdere keren tegen mij gezegd hebben: “wealthy”. “You have money, you can do so much more.” Jazeker, wij hebben geld, wij hebben welvaart. Maar rijkdom… hebben we ook rijkdom aan onze kant van de wereld? Ik heb vandaag ervaren dat de Oegandese mensen op een hele andere manier dan de onze ontzettend rijk zijn in hun leven. En de bewustwording van dat feit, tot in de details die ik op dit moment aankan is de tweede blessing in disguise van vandaag.

06-06-2015, Lira Oeganda

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.