De ochtendceremonie

Het was de afgelopen dag erg merkbaar dat de kinderen al een stuk meer aan ons gewend raken. Ze komen dichterbij, praten tegen ons als wij hen begroeten en lachen soms zelfs al een beetje naar ons. Een grote omslag vindt er plaats als wij de tweede dag erg vroeg op de school arriveren. We komen net iets na half acht aan op het schoolterrein, terwijl de lessen pas om 8:30 beginnen. Terwijl we over het schoolterrein lopen, wachtend en kijkend of we iets kunnen doen, zien we ineens allemaal kinderen vanuit hun lokalen naar buiten komen. Niet lang erna staan er zo’n ‘kleine’ 1000 kinderen in het gras, in negen rijen. De headteacher patrouilleert tussen de rijen door en komt tenslotte aan de voorkant uit. Hij verontschuldigt zich naar ons toe dat hij in de local language zal beginnen te spreken – dat kunnen we Nederlander natuurlijk niet verstaan, maar de kleintjes spreken nog geen Engels – en vraagt een van de studenten om voor ons te vertalen. Ronald stapt naar voren en vertaalt voor mij. De headteacher bedankt de kinderen voor hun komst. Hij heet ons als gasten welkom en vraagt de learners ons met respect te behandelen. Dan stopt hij ineens. Hij draait zich om en spreekt in het Lango tegen Ronald. Verstopt tussen vreemde woorden hoor ik een voor mij heel bekend woord: mijn naam. In Nederland wordt mijn naam – tot mijn grote ergernis, wat ik vaak niet laat merken – bijna altijd verkeerd uitgesproken. Veelal hoor ik Robbin, met een korte klank. Maar hier in Afrika gaat dit wel even anders. imageDe eerste Afrikaan die mijn naam verkeerd uitspreekt moet ik nog tegenkomen. Allemaal beginnen ze met een duidelijk aanwezige R en een mooie, lange oo klank. En nu hoor ik die mooie naam ook uit de mond van de headteacher komen, verborgen in een andere taal. Ronald draait zich naar mij en zegt: “Robin, will you step forward please?” Zonder twijfel stap ik met een grote glimlach naar voren en de headteacher zegt mij dat ik de eer krijg te mogen spreken. Ik realiseer mij dat dit werkelijk een heel grote eer is en mijn hoofd doet zijn uiterste best om te bedenken wat ik moet gaan zeggen. Helaas krijgt hij geen kans, want terwijl ik mijn ogen laat dwalen en in die pure donkeren oogjes tegenover mij staar, besluit ik mijn hart te openen en vanuit daar mijn boodschap naar buiten te brengen. Alsof ik mijn vleugels om al deze wijze kinderen heen wil slaan, zweven mijn handen omhoog. Ik open mijn handen en begin met een uitspraak van dankbaarheid. “My dearest children”, imagehoor ik mezelf zeggen, terwijl er nu een geconcentreerde stilte de lucht vult. Ik dank de kinderen en leerkrachten dat wij hier aanwezig mogen zijn, dat wij ons zo welkom en gelukkig voelen in hun midden. Honderden oogjes met fonkelende lichtjes erin zijn op mij gericht. Ik voel mij verbonden met iedereen die voor mij staat. Ik voel warme stralen van liefde, connectie en een alwetend bewustzijn door mijn hart stromen. Als ik tenslotte afsluit open ik mijn handen opnieuw, haal een keer diep adem en zeg met duidelijke stem: “Apwoyo matek!” Dit had mijn publiek niet verwacht. De blanke spreekt onze taal! Deze twee woorden getuigen van pure dankbaarheid in het Lango. 2000 handjes vormen een luide ovatie en ik merk dat ik omarmd word als een van hen. Dit is de volgende twee dagen duidelijk te zien. Alle kinderen zoeken mijn ogen. Ze lachen naar me, zoeken contact en genieten van de aandacht die ik hen kan geven. Ik op mijn beurt geniet van alle liefde die ik kan verspreiden vanuit mijn nu overlopende hart.

 

Een van onze key teachers is Susan. Susan heeft een klein zoontje van nog geen vier jaar oud. De kinderen van de docenten lopen gewoon rond op het schoolterrein. De meesten zijn nog jong, te jong om zelf al naar school te kunnen gaan (deel te nemen aan de lessen). Sinds wij gearriveerd zijn, zijn al deze jonge kindertjes plotseling spoorloos verdwenen. Ze zijn doodsbenauwd om ook maar een glimp op te vangen van ons ‘witte mensen’. Isaac vormt hier echter een uitzondering op. Het zoontje van Susan is een klein mannetje, met grote ogen, grotere lippen en nog grotere flapoortjes. Zijn uitstraling brengt een combinatie van vertedering en ondeugendheid op mij over. Het is een klein boefje, die niet zo gauw doet wat hem wordt gezegd. Deze eigenschap zorgt er ook voor dat hij zich niet laat beïnvloeden door zijn leeftijdgenootjes. Aarzelend blijft hij, constant binnen de bescherming van zijn moeder, dicht bij ons in de buurt. Susan en ik kunnen erg goed met elkaar overweg en dus besluit zij mij aan haar zoon voor te stellen. Hij durft mij niet aan te raken. Uit de haar vertaling blijkt dat hij denkt en bang is dat mijn witte huid hem zal branden zodra hij mij aanraakt. Ik kom op de grond zitten en doe rustig mijn armen naar voren. Susan praat tegen hem en raakt duidelijk zichtbaar met haar zwarte handen mijn witte aan. Ze stelt hem gerust en zegt dat het veilig is. Het kleine mannetje staart me aan en een ondeugend glimlachje wordt in zijn mondhoeken geboren. Langzaam doet hij een stapje naar voren. Hij legt zijn zwarte handje op mijn hand en begint te lachen. Dan gaat hij spelen met mijn arm. Hij wrijft over mijn huid, krabt er voorzichtig aan en vergelijkt mijn arm met zijn eigen. Himageet leukste vindt hij nog wel al die kleine, witte haartjes die erop groeien. Hij trekt, wrijft en aait er giechelend op los. Ik geniet van iedere seconde. Daarna is het ijs gebroken: Isaac loopt de hele dag naast me. Hij houdt mijn hand vast en kijkt stoer om zich heen naar alle andere kinderen terwijl hij in het Lango loopt te mompelen. Susan vertaalt zijn zinnetjes: “Robin is mijn vriend. Hij ziet er anders uit, maar hij is goed.” Ik loop op wolken gedurende dit hele spektakel. Dit ook vooral omdat hij als jongste kindje op deze manier de hele school laat zien dat wij blanken veilig voor hen zijn. Dat zij ons niet hoeven te vrezen. Bovendien heb ik verder helemaal geen last van mijn kleine, goede vriend. Terwijl ik lesgeef of observeer gaat hij rustig naast me zitten zonder aandacht te vragen. Even later brengt hij mij een flesje water. Deze heeft hij bij de pomp gevuld en dat is voor dit kleintje toch wel even een stukje lopen. Ik straal van dankbaarheid en accepteer zijn lieve cadeau. Als hij even niet oplet verwissel ik het flesje met een nog geseald exemplaar in mijn tas. Terwijl ik de seal verberg draait hij zijn hoofd weer naar mij. Net op tijd om zijn grote vriend een grote slok van zijn gegeven cadeautje te zien nemen. Het mannetje is dolgelukkig met mijn lachende reactie.

 

Na veel coaching, observeringen en evaluatie is het dan eindelijk voor mij ook zover: ik mag gaan lesgeven! Ik stap het klaslokaal van P6 binnen en de hele groep learners staat op. “Welcome to our classroom, P6.” Ik wens hen gimageoedemorgen en de gehele groep wenst mij in koor hetzelfde. Vervolgens vraag ik hen hoe het met ze gaat. “We are fine thank you, sir”, antwoorden ze met uitgestreken gezichten. Ik stop even en maak even oogcontact. Dan ga ik verder. “Are you really fine?”, vraag ik en ik knijp mijn ogen ietwat dicht. Ongemakkelijke lachjes vullen de klas. Deze vraag hadden ze niet verwacht. Dan zeggen ze glimlachend: “Yes sir, we are.” “I’m glad. Please, sit down.” Terwijl ze weer plaatsnemen uiten ze hun laatste standaardregeltje: “We’re sitting down, thank you sir.” Ik vraimageag hun om hun schriften op tafel te leggen. Terwijl zij dit geruisloos doen, schrijf ik het lesdoel op het bord. In Oeganda is één woord goud waard. Dat woord is herhaling. Alles wordt minstens vijf keer herhaald tijdens de les. De leerkracht zegt het meerdere keren achter elkaar, vraagt de klas in zijn geheel om dit een aantal keer te herhalen, waarna dit cirkeltje weer van voor af aan begint. Ik doe het minder vaak, maar houd mij hier wel aan omdat anders het verschil ineens veel te groot zou zijn. Stap voor stap leer ik de kinderen de mindmap methode aan. Ik grijp steeds weer terug en zorg ervoor dat ik het lesdoel minstens acht keer voorbij laat komen. Bij de zesde keer zie ik dat bij de meesten een lichtje begint te branden. De learners genieten zichtbaar van het maken van de mindmap. Terwijl ze genieten, wordt er ook nog flink effectief geleerd, kassa! Meerdere keren nodig ik mijn Oegandese collega uit naar voren te komen om te laten zien wat ik aan het doen ben enimage waarom ik bepaalde keuzes maak. Justine is de tweede key teacher van deze school die aan het programma meedoet en ik ben degene die hem het meest begeleid. Hij is super enthousiast en geeft aan het zelf ook ontzettend graag in de praktijk te willen brengen. Later gaan we verder met de placemat methode. Terwijl deze keer een paar van de twins lesgeven (de Nederlandse en Oegandese student samen) heb ik tijd om Justine extra te coachen. Ook deze keer is hij mateloos enthousiast. De werkvorm biedt ruimte om in een team van ongeveer vier learners alle vier tegelijkertijd aan het werk en dus actief te zijn. Het duurt even om dit de leerlingen duidelijk te maken en ik voel mij meerdere keren geroepen om in te springen om te assisteren in de instructie, maar als ik even later zie dat het werkt bimageegin ik bijna te dansen van geluk. Als mijn dag ten einde is in P6 steekt een learner zijn hand op. Hij staat op en geeft aan dat de klas mij graag wil bedanken. “We wish to thank you with soda”, zegt hij. De hele klas begint te glimlachen en ik vraag me af wat er nu gaat gebeuren. Ook Justine, mijn Oegandese collega heeft een brede lach op zijn gezicht. “Three, two, one”, hoor ik Justine aftellen en de hele klas maakt een klikkend geluid met hun tong alsof er een blikje cola open springt. “Tssssssssssssss”, klinkt het even later en alle kinderen richten hun ‘blikje’ op mij. Ik heb ondertussen begrepen wat ze aan doen zijn en speel alsof ik onder een koude douche kom te staan. Gierend van het lachend en luid klappend zien ze mij vervolgens zwaaiend de klas uitlopen.

 

Om 10:30 is het weer tijd voor de morning break. Wij Nederlanders komen net terug van het veld. We hebben een les PE gegeven: physical education, gymnastiek dus. We hebben ons alles gegeven door te dansen, zingen, spelen en rennen. Het plezier was aan de andere kant van het schoolterrein te horen. Nu komen we terug bij ons vertrouwd geworden plekje onder de drie bomen. Gezien de Afrikaanse zon zijn intrede al gedaan had, omringd door enkel een blauwe lucht baden wij nu in het zweet. Zelfs onze kleren zijn kletsnat. Tijdens deze activiteit ben ik flink wat zout verloren en ik merk dan ook dat er een flauwte zijn weg baant richting mijn hoofd. Vlug neem ik plaats op een stoel in de schaduw van een boom en zoek mijn toevlucht in mijn pakje Tuc koekjes. Ook deze keer zijn er vanzelfsprekend veel kinderen aanwezig. Ze staan net als gisteren dicht om ons heen. Ik kijk niet terug, ik vermijd hun ogen terwijl ik snel een aantal koekjes in mijn mond prop. Mijn lijf is in strijd met een gebrek aan zout, ik heb geen enkele keus wat betreft het wel of niet eten, het moet gewoon. Ik weet dat als ik het niet doe, ik binnen een half uur knock out op de grond zou liggen in deze omstandigheden. Mijn ogen nog altijd afwendend van de kinderblikken kijk ik naar Grace, die naast mij op een stoel zit. Grace is onze PTC teacher (Primairy Teacher College). Als pabodocente gaat zij deze twee weken met onze groep mee om ons programma te observeren en ons hier en daar te ondersteunen. Ik heb haar voor het eerst ontmoet op the PTC, tijdens onze eerste workshop dag. Vanaf het moment dat mijn ogen haar opnamen werd ik geraakt door haar uitstraling van statigheid en wijsheid. De leeftijd van Grace loopt tegen de 60. Een aantal eerste grijze haren vult de rand van haar haren langs haar voorhoofd. Ze draagt de meest prachtige Afrikaanse jurken, heeft steevast een leesbrilletje op het puntje van haar neus staan en beweegt met een zekere vorm van elegantie en galantheid. Ik heb erg veel respect voor haar en dit toon ik dan ook waar ik kan. Terwijl ik oogcontact met haar krijg zie ik wijsheid van achter de glazen van haar leesbrilletje tevoorschijn komen. Ik vertel haar dat ik gisteren erg veel moeite had met eten in het bijzijn van de kinderen. “I just couldn’t”, zeg ik met een flauwe glimlach, die ik op mijn gezicht tover omwille de frons van verdriet die ik voel opkomen te verbergen. Vervolgens zeg ik verslagen dat ik mij aan het aanpassen ben en eraan zal moeten leren wennen. Heel vaak heb ik dit al om me heen gehoord. “Ze zijn eraan gewend” of “Ze weten niet beter”. Uitspraken als deze frustreren mij heel, heel erg. Het doet mij pijn te realiseren dat veel mensen die werkelijk menen. Mensen die niet beseffen dat dit totaal onredelijk en onrealistisch is. Na mijn uitspraak laten Grace en ik onze gedeelde oogverbinding even los. Ze slaat haar ogen neer en ik zie verdriet op haar gezicht verschijnen. Met ogen gevuld met kracht kijkt ze me vervolgens recht aan en zegt: “There are some things in this world you cannot get used to.” Begrijpend en accepterend geef ik haar een subtiel knikje. “The only thing you can do, is learn to deal with them”, antwoord ik haar en nu is het haar beurt om mij een knikje te geven. We delen de volgende momenten in stilte, ons bewust wordend van de uitwisseling tussen ons. Het raakt mij enorm dit te horen van een Oegandese dame. Grace is haar leven geconfronteerd met situaties als deze, zo niet nog intenser. Ze is er niet aan gewend. Zij weet wel beter. Maar ze weet ook dat we het leven soms nu eenmaal moeten nemen zoals het is. And sometimes, when it gets hard the only thing we can do is to deal with it.

10-07-2015, Lira Oeganda

3 gedachten over “De ochtendceremonie”

  1. Indrukwekkend Ro-bin. Wat een ervaringen. Door jouw manier van schrijven, komen de verhalen heel intens binnen. Blijf genieten, pas goed op jezelf!! Gelukkig zijn er mensen bij jou in de buurt die goed op jou letten.

  2. Wat ben je toch een prachtig mens Robin! Blijf vooral zo leven (en spreken) vanuit je hart, je bron. Prachtig! Dikke kus, Annemarie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.