Het alziende oog van Horus

Zondag, onze eerste, echte vrije dag. Dat betekent in mijn geval uitslapen. Na het vroeg opstaan deze hele week voel ik dat een goede nacht rust mij erg goed zal doen. Toch voel ik me alles behalve vermoeid. Omdat ik zo in verbinding sta met mezelf en mijn omgeving, voel ik de levensenergie door me heen gieren. Het vervult me van top tot teen. Zelfs na de extra vroege safariwekker van gisteren, voel ik me rond 23:00 uur nog klaarwakker en bruisend van activiteit. Toch besluit ik het niet te laat te maken. Ik drapeer de klamboe met uiterste nauwkeurigheid om mijn bed en laat mezelf in de matras zakken. Tot mijn genoegen heb ik tot nu toe nog geen enkele muggenbeet ontdekt. De tweede dag van mijn reis was ik verbaasd te merken dat er de gehele nacht een mug in mijn klamboe had gezeten. Het kleine beestje had of geen trek, of kwam niet door de walm van deet heen, die ik zorgvuldig had aangebracht op mijn huid. Optie drie zou zijn dat dit exemplaar een mannetje was, die steken namelijk niet. Wat het geval ook is geweest, de steek met een muggenbeet als gevolg bleef uit. Gelukkig maar. Ook merk ik nagenoeg niets van de malariapil. Vanaf het moment dat ik vertrokken ben, heb ik enorm last van ontstekingen in mijn neus. Deze worden gedurende de dag zo groot en pijnlijk, dat ik dan niet meer kan ademen door mijn neusgaten. Ik was er in eerste instantie vanuit gegaan dat dit was ontstaan door de airco tijdens onze lange vliegreis. Nu ben ik echter van mening dat het heel goed eens een reactie zou kunnen zijn op de malariapil. Velen van ons krijgen namelijk aften in hun mond als bijwerking. Ik krijg ze dus blijkbaar in mijn neus. Ach, als dat alles is.

Vanaf 8:45 werden wij in de gelegenheid gesteld te ontbijten op deze zondagmorgen. Hoewel ik de wekker op 8:30 had ingesteld, werd ik met zonsopgang wakker. Die tijd is hier het gehele jaar hetzelfde: zo rond 7:00 uur. Omdat Oeganda dichtbij de evenaar ligt, zijn de dagen hier evenlang als de nachten. Rond 7:00 uur gaat de zon op, rond 19:00 uur neemt hij het daglicht weer met zich mee voorbij de horizon. Iedere dag opnieuw in hetzelfde ritme. De meeste Oegandezen die de kans hebben gehad ons mooie kikkerlandje te bezoeken, raken dan ook enthousiast van het feit dat ons land nog van daglicht geniet tijdens de “dark hours”. Om 7:00 uur deze morgen begon onze eigenste ‘hotelhaan’ de dag in te luiden met zijn karakteristieke gekraai. Dit geluid werd vergezeld door het gelach van spelende kinderen, die gisteren zijn aangekomen in het hotel. Wat een heerlijke manier om te ontwaken op deze wijze.

Vandaag stond er maar een ding op de planning: een bezoek aan de kerk. Het gebedshuis bevindt zich nog geen 100 meter van ons hotel. Omdat ik nog druk in de weer ben met het wassen van mijn kleren in een teiltje, mis ik het vertrek van de groep. Geen probleem, er zijn meerdere mensen die hier tegenaan lopen en samen moeten we het ook wel kunnen vinden. Niet veel later hebben we inderdaad de kerk kunnen vinden. Terwijl we naar binnen stappen, wordt het gelijk rumoerig onder de mensen. Hoewel er wel al blanke mensen aanwezig zijn, hadden ze blijkbaar niet gerekend op de komst van nog meer. Hartelijk worden we naar bankjes geleid waar nog plaats is en ik vind een plekje naast een jonge moeder met haar dochter van nog geen jaar oud. Ze heet me glimlachend welkom en ik draai mijn hoofd naar de priester. Even later richt hij zijn aandacht op ons en vraagt of de blanken naar voren willen komen. Onder het geluid van applaus stappen we met zijn allen richting het altaar. Arie, een van onze hoofdbegeleiders, stelt ons voor en benoemt het doel van onze missie hier in Oeganda. Zijn woorden worden ontvangen door een luid applaus en nog luider gejoel. Als wij vervolgens een lied zingen voor onze broeders en zusters barst het helemaal los. Tientallen handen dansen samen in geklap en meerdere vrouwen joelen er doorheen zoals alleen Afrikaanse mensen dat zo goed kunnen. We worden nogmaals welkom geheten en gevraagd om weer plaats te nemen. Terwijl ik weer ga zitten zoekt het kleine ukje naast me gelijk contact met mij, of beter gezegd met mijn huid. Haar oogjes zijn strak op mijn arm gericht en haar handjes grabbelen verwachtingsvol. Ze trekt aan mijn haren en kan haar aandacht er niet vanaf houden. Haar moeder zegt met ontzag in haar stem hoe enorm bijzonder mijn huid is. Ik heb ondertussen erg last van de hitte in het kerkje en het zweet breekt mij overal uit. Ik benoem dan ook dat onze witte huid niet goed tegen de warmte kan. Voor haar was het helemaal niet heet in het kerkje, koel zelfs. Het kindje blijft maar spelen en tenslotte vraagt de jonge moeder mij onverwachts of ik haar wil dragen. Gretig accepteer ik deze uitnodiging en liefdevol neem ik het kindje over en draag haar in mijn armen.

Vanaf een hele jonge leeftijd is het mij al duidelijk dat ik heel graag vader zou willen zijn. Kinderen hebben altijd een bijzondere plaats in mijn hart ingenomen. Het gevoel is zo sterk, dat het bijna moederlijk aanvoelt, in plaats van vaderlijk. Vooral de laatste maanden voel ik dit verlangen heel sterk in mijn bewustwording zijn plekje innemen. Ik probeer dit in balans te brengen met mijn ambities, een proces dat best een uitdaging vormt.

Terwijl het kleine kindje nog altijd met mijn huid bezig is, valt haar oog op mijn ketting. Voor ik ben vertrokken uit Nederland heb ik bewust mijn Egyptische ketting om mijn nek gehangen. Het is een stalen ketting met het oog van de god Horus in het midden, het alziende oog. Ik heb deze ketting bewust gekozen. Eraan gekoppeld zit een intentie om te kijken naar en alles te ervaren wat er in mij gezien wil worden. Terwijl het kleine meisje mijn haren loslaat, reikt haar handje richting mijn ketting. Eenmaal haar doel gevonden, wil ze hem naar haar mond brengen. Vrezend voor haar hygiëne, maakt mijn hand zijn intrede en ik verberg de ketting onder mijn t-shirt. De moeder kijkt mij nu recht aan en zie haar gezicht serieus worden. “I want you to take her and care for her”, fluistert ze me toe. Ik voel mijn ogen groot worden terwijl ik mijn oren niet kan geloven en haar woorden laat binnenkomen. Nog groter is mijn verbazing als ik mij bewust wordt van wat er in mij gebeurt. Hoewel mijn hoofd grote bezwaren begint op te sommen, maakt de reactie vanuit mijn hart dat ik het kind niet meer wil loslaten. Ik kijk in de grote ogen van het meisje en merk dat ik het nog veel moeilijker begin te krijgen. Voordat het te ver gaat besluit ik dat dit de tijd is om te handelen. Ik graaf diep in mijn trucendoos en vind daar tenslotte wat ik nodig heb. Zorgvuldig plak ik mijn gevonden glimlach op mijn gezicht. Ik draag de baby in mijn handen teder weer over aan haar moeder en bedankt haar voor de eer die mij gegeven is door haar te mogen vasthouden. Met ijzersterke wil sluit ik vervolgens een deur in mijn verbinding, zodat ik geen emotionele band meer deel met de vrouw naast me. Dit vooral vanuit zelfbescherming. Ik zie aan haar lichaamstaal dat zij onbewust merkt dat er iets gebeurt. We blijven beleefdheden uitwisselen, maar dieper dan dat gaat het niet meer.

Terwijl ik de kerk uitloop en mijn weg terug maak naar het hotel voel ikEye of Horus nog steeds veel verwarring in mijn gestel. Ik krijg het verlangen het weg te duwen, het niet te willen (of durven) voelen. Een kort moment geef ik eraan toe. Enkele seconden later pluk ik mijn ketting weer uit mijn shirt en hang hem in de zonneschijn die op mijn borst schijnt. Ik heb een intentie uitgezet en ben van plan deze te vervullen. En dat betekent dat alles wat zich aandient er in zijn complete volledigheid mag zijn.

 

12-07-2015, Lira Oeganda

Eén gedachte over “Het alziende oog van Horus”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.